De discussie over regulering van de franchisemarkt is zowel in Nederland, als in Europa zeer actu-eel. Op 12 september 2017 heeft het Europese Parlement een resolutie aangenomen naar aanleiding van een rapport over het functioneren van franchise in de detailhandel. Het rapport, een initiatief van Dennis de Jong, een Nederlands EU-parlementslid, heeft tot doel franchisenemers te beschermen.

Het Europees Parlement onderkent dat franchise een belangrijk bedrijfsmodel is dat ondernemer-schap in het kleinbedrijf aanmoedigt, maar stelt dat de franchisenemer vaak de zwakkere partij is. Een franchisenemer beschikt veelal over minder expertise dan een franchisegever en bevindt zich bovendien vaker in een financieel zwakkere positie. Bovendien worden franchiseformules ontwikkeld door franchisegevers, zodat zij meer gelegenheid hebben hun eigen belangen met voldoende waarborgen te omkleden. Het Europees Parlement benadrukt dat het bij franchisesystemen van groot belang is of de samenwerking tussen franchisegever en franchisenemers goed functioneert, met dien verstande dat een franchisesysteem staat of valt met een goede uitvoering door alle partijen.

Informatie over de werking van franchise is niet voldoende beschikbaar, omdat relevante informatie niet op schrift is gesteld of veelal te vinden is in “side letters” bij franchiseovereenkomsten, die vertrouwelijk zijn en dus niet openbaar zijn. Voorts bestaat er op EU-niveau geen mechanisme voor het verzamelen van informatie over mogelijk oneerlijke contractbedingen of oneerlijke contractuitvoering. Bovendien verschilt de bestaande wetgeving ten aanzien van franchising sterk per lidstaat, hetgeen technische belemmeringen opwerpt en zowel franchisegevers als franchisenemers kan ontmoedigen om hun activiteiten over de grenzen heen uit te breiden.

Het Europees Parlement heeft de Europese Commissie verzocht een openbare raadpleging te organiseren om informatie te vergaren over de franchisingssector. Uiteindelijk dienen er, aldus het Europees Parlement, richtsnoeren te worden opgesteld, waarin zogenoemde ‘best practices’ worden verwerkt. Deze richtsnoeren zullen een niet-wetgevend karakter dragen. Europese franchisegevers dienen zich er echter van bewust te zijn dat daarmee wordt beoogd de positie van de franchisenemer te versterken.

Inhoudsopgave