De Rechtbank Den Haag heeft zich in mei en juni 2013 uitgelaten over de bescherming van de otter en het korhoen door Nederland. Van beide diersoorten is de staat van instandhouding in Nederland namelijk slecht en volgens de Stichting Das & Boom doet Nederland onvoldoende om dit te veranderen.

Het korhoen is een vogel die uitsluitend voorkomt op de Sallandse Heuvelrug. In 2012 leefden er nog slechts twee korhoenders op de Sallandse Heuvelrug.

Ook de otter is een strikt beschermde diersoort. Op dit moment vormen alleen De Wieden en De Rottige Meente het leefgebied van de otter.

In beide vonnissen is de vraag aan de orde in hoeverre aan de Staat een verplichting (gebod) kan worden opgelegd wegens schending van met name de Habitatrichtlijn.

Uit de vonnissen blijkt – kort samengevat – dat een procedure waarin gevorderd wordt dat de Staat verplicht is om maatregelen te treffen om de gunstige staat van instandhouding van een diersoort te verbeteren wegens schending van de Habitatrichtlijn succesvol kan zijn. Bij de beoordeling van de vordering kijkt de rechtbank naar factoren als: de slechte staat van instandhouding van de soort (wat de urgentie van het treffen van maatregelen vergroot) en de proportionaliteit en de effectiviteit van de mogelijke maatregelen.

Bij een eerste lezing van de feiten ligt wellicht de conclusie voor de hand dat de vorderingen ten behoeve van het korhoen eerder voor toewijzing in aanmerking komen dan die ten behoeve van de otter: feit is immers dat er nog maar twee korhoenders in Nederland zijn en de soort dus acuut met uitsterven wordt bedreigd. Het omgekeerde is echter het geval, want juist deze vordering wordt afgewezen en in het vonnis over de otter worden de vorderingen (gedeeltelijk) toegewezen.

Het is dan ook interessant om te bezien wat de overeenkomsten en verschillen tussen beide zaken zijn.In de procedure ten behoeve van de otter had Das & Boom voldoende aangetoond dat de staat van instandhouding van de otter slecht was en dat dit mede werd veroorzaakt door het aantal roadkills en dat het treffen van de maatregelen proportioneel en effectief zou zijn.

In de procedure ten behoeve van het korhoen was weliswaar sprake van een slechte staat van instandhouding van de soort, maar had Das & Boom onvoldoende aangetoond dat het treffen van de gevorderde maatregelen (het uitbreiden van het leefgebied) op dit moment proportioneel en effectief zou zijn.

Meer hierover is te lezen in mijn noot die is gepubliceerd in TGMA 2013/10.