Het kabinet wil dat Nederlanders altijd en overal toegang hebben tot snelle, digitale communicatie zoals internet, telefonie en (online) televisie. Hiervoor hebben consumenten en bedrijven geschikte (eind)apparatuur nodig zoals internetmodems, routers en tv-decoders. Sommige telecomaanbieders, zoals kabel- of telefoniebedrijven, beschouwen deze apparatuur als onderdeel van het openbare netwerk, waarbij het gebruikelijk is dat aanbieders deze apparatuur standaard tegen betaling als onderdeel van een abonnement leveren. De klant kan in zo'n geval niet zelf kiezen welke apparaten zij het liefst wil gebruiken. Dit gaat binnenkort veranderen. En u mag daarover meedenken.

Het begrip 'netwerkaansluitpunt' verhelderd

Het scheidingspunt tussen een openbaar elektronisch communicatienetwerk en een privaat netwerk van een telecom-eindgebruiker, wordt in de Telecommunicatiewet (artikel 1.1) aangeduid met het zogeheten 'netwerkaansluitpunt'. Apparaten op de locatie van de abonnee, dienen op dit punt direct of indirect te worden aangesloten om een elektrische communicatiedienst te kunnen gebruiken. Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) werkt momenteel aan een beleidsregel die dit fysieke netwerkaansluitpunt gaat definiëren als het punt in huis waar de aansluiting binnenkomt. Zo behoren bijvoorbeeld modems en modem/router combinaties straks niet meer tot het openbare elektronische communicatienetwerk, maar tot het privé-netwerk van de klant.

Gevolgen: vrije keuze van apparatuur en betere marktwerking

Dat betekent dat gebruikers in 2018 de mogelijkheid gaan krijgen zelf eindapparaten voor telecomdiensten te kiezen die voldoen aan hun wensen. Zo zitten ze niet langer automatisch vast aan de exemplaren die de provider levert. De ophanden zijnde beleidsregel komt voort uit Richtlijn 2008/63/EG van de Europese Commissie van 20 juni 2008, welke de mededinging op de markten van telecommunicatie-eindapparatuur beoogt te bevorderen. Met een vrijere keuze voor apparaten, waardoor bovendien voor meer aanbieders van apparaten ruimte ontstaat tot deze markt toe te treden, krijgt het onbelemmerde handelsverkeer een impuls en zou meer marktwerking in de business van apparatuur moeten ontstaan. De mogelijkheid van vrije modemkeuze kan bovendien, nog los van het aantal gebruikers dat hier gebruik van wil maken, ook van positieve invloed zijn op de kwaliteit/prijsverhouding. Telecomaanbieders kunnen hun diensten overigens inclusief (onderhoud van) deze apparatuur onverminderd blijven aanbieden aan hun eindgebruikers, bijvoorbeeld bij het afsluiten van een abonnement. De beleidsregel legt alleen vast dat telecomaanbieders ook apparaten van andere fabrikanten moeten toelaten, wanneer de klant dat wil.

Inherent aan het beleid voor een vrije verhandelbaarheid van eindapparaten is dat consumenten en bedrijven een eigen verantwoordelijkheid gaan nemen voor de beveiliging van eindapparaten die zij zelf aanschaffen. Telecomaanbieders hebben daarom zorgen geuit over de consequenties van vrije modemkeuze voor de beveiliging van private netwerken. Hierin wordt volgens het Ministerie van EZK voldoende voorzien, nu gebruikte netwerkstandaarden bekend moeten worden gemaakt zodat fabrikanten van eindapparaten deze geschikt kunnen maken voor deze standaarden.

Internetconsultatie

Om te toetsen of alle relevante gevolgen van deze beleidsregel voldoende in beeld zijn gebracht, is het essentieel de gehele sector te horen. Daarom is het Ministerie van EZK de internetconsultatie 'Beleidsregel netwerkaansluitpunt' gestart. Met name telecomaanbieders, fabrikanten van telecom-eindapparaten en eindgebruikers van telecomdiensten kunnen er belang bij hebben om in te spreken. Het Ministerie van EZK vraagt daarbij in de reacties in het bijzonder in te gaan op de vraag of het besluit voldoende duidelijkheid biedt over de positie van het netwerkaansluitpunt; of het besluit alle relevante situaties dekt en deze voldoende toekomstbestendig is; of er voor bepaalde gebruikersgroepen mogelijk specifieke voor- en nadelen onderbelicht zijn en of er op het vlak van de thema's mededinging en veiligheid van openbare netwerken aspecten zijn die mogelijk nadere afweging vragen. Met de consultatie wordt mede beoogd de betreffende argumentatie scherper te krijgen en het ministerie sluit dan ook niet uit dat de consultatie op bovengenoemde vlakken nieuwe aspecten aan het licht brengt. Reacties op het ontwerpvoorstel kunnen tot 15 februari 2018 worden ingediend. Staatssecretaris Keijzer verwacht dat het reeds medio 2018 voor eindgebruikers mogelijk is om voor apparaten die providers standaard leveren, alternatieven te kiezen.