De Europese boetes werden opgelegd als een reactie op twee fraudekartels. Het eerste kartel vond plaats tussen september 2005 en mei 2008 en bestond uit illegale overeenkomsten betreffende Europese rentederivaten waarbij de traders van de verschillende banken onderling overeenkwamen hoe de Euribor te berekenen en hoe ze hun prijzen zouden zetten. Vier banken hebben hieraan deelgenomen: Barclays, Deutsche Bank, Société Générale en RBS.

Bij het tweede kartel dat plaatsvond tussen 2007 en 2010 waren 6 banken betrokken: naast nogmaals Deutsche Bank en RBS, eveneens UBS, JPMorgan, Citigroup en RP Martin. Het kartel bestond uit zeven bilaterale fraudeovereenkomsten waarbij de Libor-rente in yen werd vervalst.

Centraal staat dus de kunstmatige prijszetting van rentederivaten, met name producten als futures, swaps en aandelenopties die door de banken of ondernemingen gebruikt worden om zich tegen het risico van renteschommelingen in te dekken. De waarde van deze rentederivaten wordt gebaseerd op referentierentes zoals de Libor (de referentierente gebruikt op de Britse financiële markt en die ook wordt gehanteerd voor de Japanse yen), of de Euribor (de referentierente die wordt gebruikt in de eurozone). Deze rentes komen op hun beurt overeen met de gemiddelde prijs die dagelijks door een bepaald aantal banken wordt aangeboden. Beide rentes worden dus met andere woorden bepaald door de tarieven waartegen de banken kunnen lenen en via het onderling afspreken van deze tarieven werden de rentestanden gemanipuleerd.

Joaquin Almunia, Europees Commissaris voor Mededinging, haalt scherp uit naar de banken: “Wat zo schokkerend is aan de Libor- en Euriborschandalen, is niet alleen de manipulatie van de interbankenrente die over de hele wereld reeds aangepakt wordt door de financiële regulatoren, maar ook de geheime overeenkomsten tussen banken die verondersteld worden om elkaars concurrenten te zijn. De beslissing van vandaag geeft een sterk signaal dat de wil van de Commissie uitdrukt om deze kartels in de financiële sector tegen te gaan en te bestraffen.”

Ondanks een boetevermindering van 10% wegens medewerking van de banken, is het de hoogste boete ooit opgelegd in een mededingingszaak. Deutsche Bank moet met een bedrag van 725 miljoen € het grootste deel van de boete voor zijn rekening nemen. Ook Société Générale steekt er bovenuit met een boete van 446 miljoen €. Het Britse Barclays en het Zwitserse UBS brachten de inbreuken aan het licht en ontsnapten aldus als klokkenluiders aan een boete.

Barclays, RBS en UBS werden reeds eerder door de Britse en Amerikaanse mededingingsautoriteiten beboet voor rentefraude waarbij er boetes werden opgelegd gaande van 340 miljoen € tot 1,1 miljard €. Ook het Nederlandse Rabobank liep toen tegen de lamp en trof hiervoor een schikking van 774 miljoen €, maar deze bank maakte geen onderdeel uit van het Europese onderzoek.

Drie andere banken, JPMorgan, HSBC en Crédit Agricole SA, weigerden tot een schikking te komen en ten aanzien van deze banken zet de Europese Commissie haar onderzoek verder