In de nieuwsbrief van november/december 2012 hebben we u geïnformeerd over de implementatie van de Richtlijn Industriële Emissies (RIE) in het Activiteitenbesluit. Met de implementatie van de RIE als opvolger van onder andere de IPPC-richtlijn zijn het Besluit emissie-eisen stookinstallaties milieubeheer A (Bees A), het Besluit verbranden afvalstoffen (Bva), het Oplosmiddelenbesluit en het Besluit emissie-eisen titaandioxide inrichtingen vervallen en zijn per 1 januari 2013 nieuwe eisen opgenomen in het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling. Ook zijn IPPC-inrichtingen 'type C-inrichtingen' geworden. Op deze inrichtingen is onder meer hoofdstuk 5 van het Activiteitenbesluit (industriële emissies) van toepassing. Hierbij is voorzien in overgangsrecht; voor bestaande grote stookinstallaties is bijvoorbeeld een generieke overgangstermijn tot 1 januari 2016 opgenomen.

Naast de hiervoor genoemde emissie-eisen kent de RIE als relevante wijziging de introductie van het begrip 'BBT-conclusies'. De omgevingsvergunning voor milieu voor een inrichting dient te voldoen aan de best beschikbare technieken (BBT). Voor IPPC-inrichtingen zijn de BBT neergelegd in een Europees vastgesteld BBT-referentiedocument (BREF). In de RIE is het proces van totstandkoming van een BREF uitdrukkelijk beschreven. In een BREF dienen voortaan ook 'BBT-conclusies' te staan. Deze BBT-conclusies zijn leidend bij de vergunningverlening. Daarnaast dienen vergunningen binnen vier jaar na verschijning van nieuwe BBT-conclusies, op die nieuwe BBT-conclusies te worden aangepast en hieraan te voldoen.

Per 24 mei 2013 is de implementatie van de RIE in de formele wetten inwerking getreden (Stb. 2013, 176). Hiermee zijn de Wet milieubeheer en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) aangepast op onder meer de volgende punten:

  • Het vervangen van het begrip 'gpbv-installatie' door het begrip 'IPPC-installatie'.
  • De publicatie van BBT-conclusies moet worden gezien als "ontwikkelingen op het gebied van de technische mogelijkheden tot bescherming van het milieu" die dienen te worden betrokken bij de actualiseringsplicht van een vergunning (artikel 2.30 Wabo).
  • Bij de actualisatie van de vergunning kan het bevoegd gezag voorschriften stellen die strekken tot de toepassing van andere technieken dan die zijn aangevraagd. Hiermee kan de zogenoemde grondslag van de aanvraag' worden verlaten. De vergunninghouder moet hiervoor desgevraagd gegevens aanleveren (artikel 2.31a Wabo).
  •  Het aanpassen van de bepalingen over het melden van ongewone voorvallen (artikel 17.1, 17.2 en 17.3 Wm).
  • Het invoegen van een nieuw artikel over maatregelen bij het niet-naleven van de voorschriften (17.5e Wm).
  • Vergunningen voor IPPC-installaties moeten voor eenieder elektronisch beschikbaar worden gesteld (artikel 19.1b Wm).


De volledige tekst van de implementatiewet is gepubliceerd in Stb. 2013, 159.