Op 1 juli 2018 zijn de Wet aanvullende maatregelen accountantsorganisaties en het bijbehorende Besluit tot onder meer aanpassing van het Besluit toezicht accountantsorganisaties (Bta) (grotendeels) in werking getreden. De wet beoogt de kwaliteit van de accountantscontroles te verbeteren. Met het oog daarop zijn met name voorschriften ingevoerd die zien op de governance van accountantsorganisaties en zijn de bevoegdheden van de AFM uitgebreid.

De wet heeft onder meer wijzigingen aangebracht in de Wet toezicht accountantsorganisaties (Wta), de Wet tuchtrechtspraak accountants (Wtra) en Boek 2 BW.

De wet bevat onder meer een verplichting voor accountantsorganisaties met een vergunning die strekt tot het verrichten van wettelijke controles bij organisaties van openbaar belang (OOB-vergunninghouders) om te beschikken over een stelsel van onafhankelijk intern toezicht. Een ander belangrijk onderdeel van de wet is de introductie van een geschiktheidstoetsvoor natuurlijke personen die het dagelijks beleid bepalen en voor leden van het orgaan belast met het interne toezicht van OOB-vergunninghouders. Wij wijzen in dit verband ook op de Beleidsregel geschiktheid Wta, die eveneens op 1 juli 2018 in werking is getreden.

Daarnaast voorziet de wet ook, door aanpassingen in Boek 2 BW, in een beperking van de mogelijkheid tot het benoemen van de accountant(sorganisatie) door het bestuur van de controlecliënt. Hiermee wordt (beter dan voorheen) beoogd dat een onafhankelijke benoeming plaatsvindt. Tot 1 juli 2018 was de algemene vergadering bevoegd de opdracht te verlenen. Wanneer de algemene vergadering daar niet toe overging, was de RvC bevoegd. Indien de RvC ontbrak of in gebreke bleef, was het bestuur tot het verlenen van de opdracht bevoegd. De wet heeft deze 'drietrapsraket' aangepast door het bestuur slechts de bevoegdheid tot verlening van de controleopdracht toe te kennen wanneer een RvC ontbreekt (en een eventueel aanwezige algemene vergadering niet tot verlening van de opdracht overgaat). Volgens de wetgever kan een eventueel ingestelde RvC niet meer in gebreke blijven tot opdrachtverlening over te gaan. Indien een RvC is ingesteld, zal de RvC dus het orgaan zijn dat tot benoeming van de accountant overgaat als de algemene vergadering dat nalaat of ontbreekt. Bij een one-tier board nemen de uitvoerende bestuurders niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming over de verlening van de controleopdracht.