Op 30 januari 2013 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (LJN BY9933) geoordeeld over het hoger beroep van de niet-bekostigde onderwijsinstellingen LOI en NCOI. Deze instellingen waren opgekomen tegen het besluit van de minister waarbij toestemming werd verleend om een nieuwe opleiding aan de Open Universiteit (een deeltijdse bacheloropleiding HBO-rechten) te verzorgen. Eén van de vragen die aan de orde kwam, was de vraag of deze toestemming ongeoorloofde staatssteun vormde.

Voor staatssteun is van belang of de vermeende steun wordt gegeven aan een onderneming. De Afdeling moest dus beoordelen of de onderwijsinstelling Open Universiteit in dit concrete geval een 'onderneming' is in de zin van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie (VWEU). Na advies hierover te hebben ingewonnen bij de Europese Commissie, oordeelt de Afdeling dat het aanbieden van de opleiding door de Open Universiteit niet is aan te merken als een economische activiteit. Door de opleiding te financieren vervult Nederland namelijk zijn sociale, culturele en opvoedkundige taak jegens zijn bevolking. Bovendien dekt de financiering een aanzienlijk gedeelte van de kosten van de opleiding. De Open Universiteit kwalificeert daarom niet als onderneming in de zin van het VWEU, zodat de Europese staatssteunregels niet van toepassing zijn.