De Autoriteit Consument en Markt (ACM) en de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) hebben onderzocht in hoeverre de vier grootste zorgverzekeraars ruimte hebben om met elkaar te concurreren en of deze ruimte daadwerkelijk benut wordt. In hun gezamenlijke rapport “Ruimte voor onderscheid tussen zorgverzekeraars” concluderen voornoemde autoriteiten dat zorgverzekeraars zich meer van elkaar kunnen onderscheiden als het gaat om dienstverlening en collectieve zorgverzekeringen.

De ACM en de NZa hebben gezamenlijk dit onderzoek verricht omdat zij een effectieve concurrentie van belang achten om de doelen van de Zorgverzekeringswet (Zvw) ten aanzien van toegankelijkheid, kwaliteit en betaalbaarheid van de gezondheidzorg te realiseren.

De toezichthouders gaan (onder meer) in op de volgende aspecten:

  1. De meeste winst valt volgens het rapport te behalen ten aanzien van dienstverlening. Zorgverzekeraars kunnen zich van elkaar onderscheiden door betere dienstverlening aan hun verzekerden aan te bieden dan andere zorgverzekeraars. De ACM en de NZa denken dan bijvoorbeeld aan het sneller verwerken van declaraties, het aanbieden van zorgbemiddeling of het helpen bij de keuze voor een zorgaanbieder of –verzekering. Het rapport signaleert dat zorgverzekeraars bang zijn om verzekerden te verliezen als investeringen in dienstverlening tot premieverhogingen leiden. Meer differentiatie op dit vlak is, aldus de ACM en de NZa, wel gewenst.
  2. Ten aanzien van premies concludeert het rapport dat zorgverzekeraars over mogelijkheden en prikkels beschikken om zich op dit aspect te onderscheiden. Verzekerden die overstappen noemen de hoogte van de premie namelijk als belangrijkste overstapreden. Tegelijkertijd merken de onderzoekers op dat er reeds grote premieverschillen tussen zorgverzekeraars en zorgverzekeringen bestaan en er zodoende beperkte ruimte resteert voor verder onderscheid.
  3. Volgens de NZa en de ACM kunnen zorgverzekeraars zich ook van elkaar onderscheiden in hun polisaanbod. Zo zouden zij zich op een bepaald aspect (eHealth) of een bepaalde doelgroep (reumapatiënten) kunnen richten. Het rapport constateert echter (onder andere) dat verzekerden geen polissen missen in het bestaande aanbod. Daardoor laten zorgverzekeraars geen ruimte voor verder onderscheid liggen.
  4. Als laatste kunnen zorgverzekeraars zich meer van elkaar onderscheiden door in collectieve verzekeringen aandacht te schenken aan zorgkwaliteit en/of preventie. Die ruimte is ontstaan door toenemende maatschappelijke druk om binnen de collectiviteiten meer zorginhoudelijke afspraken te maken (zoals RSI-preventie voor kantoorpersoneel). Bij individuele verzekeringen is er veel minder ruimte voor dit onderscheid. Ten aanzien van individuele polissen profileren zorgverzekeraars zich vooral op premie en de vrijheid die een verzekerde heeft bij het kiezen van zijn zorgaanbieder.

Dit is het tweede onderzoek - in een serie van drie - dat de ACM uitvoert naar de concurrentie op de zorgverzekeringsmarkt. Het eerste onderzoek was het rapport “Toetredings- en groeidrempels op de zorgverzekeringsmarkt”. Een onderzoek naar de complexiteit en intransparantie op de polismarkt volgt nog.