Een dik jaar geleden schreven wij hier op het Stibbeblog over de eerste uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State over een milieuzone (Afdeling bestuursrechtspraak laat de Utrechtse milieuzone in stand). Wij voorspelden toen 388 verschillende milieuzones in Nederland. Ook de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat erkende dat gevaar en schreef in een kamerbrief van 5 april 2018 over de harmonisering van milieuzones. Wij staan daar in dit blog kort bij stil.

Terugblik naar 2017: wat oordeelde de Afdeling?

We starten met een korte terugblik naar 2017: in dat jaar is een aantal partijen tegen de Utrechtse milieuzone opgekomen. Zij betoogden (onder andere) dat de milieuzone niet op regionaal, maar op nationaal niveau vastgesteld had moeten worden.

De Afdeling maakt hiermee korte metten door te verwijzen naar de bepalingen uit de Wegenverkeerswet, op grond waarvan het college kan besluiten tot het ophangen van de verkeersborden waarmee de milieuzone wordt geregeld. De Afdeling gaat verder niet in op het onderliggende bezwaar: strijd met het gelijkheidsbeginsel.

Die strijd kan er volgens ons wel zijn doordat een verkeersbesluit als het voorliggende op een regionaal niveau wordt genomen in plaats van op nationaal niveau, daardoor kunnen immers overal in Nederland van elkaar verschillende situaties ontstaan, zonder dat daarvoor een rechtvaardiging bestaat.

388 verschillende milieuzones in Nederland?

Naar aanleiding van deze Afdelingsuitspraak voorspelden wij 388 verschillende milieuzones in Nederland. Iedere gemeente is immers bevoegd voor haar grondgebied een andersluidende milieuzone in te stellen. In de praktijk is dat voor een aantal gemeentes ook gebeurd.

De verschillende milieuzones, in verschillende steden, leveren uiteraard verwarring bij chauffeurs op. Belangrijker is dat deze onderlinge verschillen in strijd kunnen zijn met het gelijkheidsbeginsel. Op deze manier worden gelijke gevallen, in dit geval personen- en bestelauto’s, op ongelijke wijze behandeld. Zij mogen immers de ene (milieu)zone wel betreden en de andere niet. Deze ongelijke behandeling van gelijke gevallen moet kunnen worden gerechtvaardigd en daartoe in elk geval goed worden onderbouwd.

Ruim een jaar later heeft de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat in de transitie naar schone mobiliteit aanleiding gezien om een begin te maken met de harmonisering van het stelsel van milieuzones. Zij nodigt daartoe de gemeentebestuurders en VNG uit om daarover aan tafel te gaan en voor de zomer van 2018 tot concrete afspraken te komen. Daarbij is de wens gebruik te maken van de kennis en ervaringen van buurlanden en specifiek aandacht te besteden aan de handhaving. Daarnaast wil zij tot afspraken komen over hoe om te gaan met specifieke gevallen, zoals oldtimers, campers en invalidenvoertuigen.

Daarbij merkt de staatssecretaris al wel op dat het de bevoegdheid van de gemeente blijft om te bepalen of en waar een milieuzone wordt ingevoerd en in hoeverre deze proportioneel is als maatregel om luchtkwaliteit te verbeteren. Dat betekent dat een milieuzone nog steeds niet op rijksniveau geregeld zal worden. Zoals al aangekondigd in het regeerakkoord wil de staatssecretaris met betrekking tot personenauto’s wel tot één systeem met eenduidige categorieën komen, zodat chauffeurs in elke gemeente de regels snappen.

Gulden middenweg

Op deze manier heeft de staatssecretaris volgens ons een vooralsnog goede middenweg gevonden door enerzijds de mogelijk te bieden voor lokaal maatwerk, maar anderzijds wel kritisch te blijven op gelijkheid.

Over de nadelen van uiteenlopende gemeentelijke regelingen en de verhouding tussen centrale en decentrale regelgeving schreef Tom Barkhuysen eerder een Vooraf in het NJB. Daarin bepleitte hij dat de rijkswetgever nog beter moet bedenken op welke terreinen gemeenten wel en niet eigen regelgeving of beleid mogen vaststellen. Daarnaast betoogde hij dat op gemeentelijk niveau daar waar er ruimte is voor eigen (beleids)regelgeving rekening gehouden moet worden met de externe effecten en de verhouding met de aanpak in andere gemeenten.

In de manier waarop de staatssecretaris nu de harmonisering van de milieuzones aanpakt blijkt dat zij zich voor dit moment voldoende rekenschap heeft gegeven van de problematiek die vergaande decentralisatie met zich brengt.