Faillissementsfraude heeft gigantische proporties aangenomen. Per jaar beloopt de schade ongeveer een miljard euro. De regering heeft eindelijk extra maatregelen aangekondigd om deze vorm van criminaliteit te bestrijden. Onderdeel daarvan is het civielrechtelijk bestuursverbod.

Wat dat inhoudt, laat zich lezen in het voorontwerp dat Minister Opstelten ter advisering aan een aantal instanties heeft voorgelegd. Heeft een bestuurder zich schuldig gemaakt aan kennelijk onbehoorlijk bestuur of is hij relatief vaak bij faillissementen betrokken dan kan hij een vijf jaar durend verbod krijgen om nog als bestuurder of commissaris te worden benoemd en ingeschreven.

Maar of het zover komt, hangt af van het OM of de curator. Die moeten onderzoek doen en vervolgens de rechter inschakelen. Het OM heeft ook veel andere prioriteiten. En een curator is niet geneigd er veel uren in te steken omdat een faillissementsboedel waarin gefraudeerd is, meestal leeg is. Er is wel een vergoedingsregeling maar die is er om strafrechtelijke aangifte door curatoren te bevorderen. In de toelichting op het voorgestelde bestuursverbod wordt echter met geen woord gerept over de kosten die de curator moet maken.

‘Het net sluit zich rond malafide bestuurders’, lees ik op de website van het ministerie. Dat lijkt me voorlopig teveel eer. Het voorontwerp schiet op een aantal punten tekort. Zo kan het handelsregister niet weigeren een fraudeur in te schrijven als procuratiehouder van een bv waarvan hij een stroman bestuurder heeft gemaakt. Bovendien ontbreekt elke verwijzing naar bijvoorbeeld Duitsland waar men al ruimschoots ervaring heeft met deze maatregel. Zie verder de website van het ministerie.