Het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) heeft op 9 juli 2019 in een brief naar de Tweede Kamer haar in 2018 aangekondigde standpunt over het reguleren van winstuitkering door zorgaanbieders gedeeld.

In deze brief geven minister De Jonge, minister Bruins en staatssecretaris Blokhuis van VWS inzicht in hun conclusies naar aanleiding van drie onderzoekstrajecten. Deze drie trajecten betreffen (i) een onderzoek naar de huidige praktijk rond dividenduitkering in de zorg, (ii) een juridische analyse van de relevante juridische kaders voor het beperken van winstuitkering en (iii) een consultatie waarin (branche)organisaties in de zorg in de gelegenheid zijn gesteld hun visie op het onderwerp te geven (zie ook: Healthbit: Ministerie van VWS verduidelijkt haar onderzoek naar winstuitkeringen door zorgaanbieders). Deze drie trajecten, waarvan samenvattingen van de uitkomsten als bijlagen aan de kamerbrief zijn toegevoegd, hebben geleid tot een aantal beleidsconclusies.

Investeringsmogelijkheden en winstuitkering

Alhoewel in de brief wordt benadrukt dat het toestaan van dividenduitkering voor zorgaanbieders mogelijkheden creëert een beroep te doen op risicodragend kapitaal (wat onder omstandigheden de kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van zorg kan bevorderen of verbeteren, aldus VWS), is uit onderzoek gebleken dat zorgaanbieders op dit moment gemiddeld genomen voldoende eigen middelen en mogelijkheden hebben om aan de investeringsopgave van de komende jaren te kunnen voldoen. De geconstateerde beperkte behoefte aan risicodragend kapitaal in combinatie met de risico’s die het verruimen van dividenduitkering met zich brengt, zijn voor VWS aanleiding “pas op de plaats te maken” waar het gaat om winstuitkering. Voor wat betreft een verruiming van dividenduitkering moet eerst verbetering in het inzicht in de kwaliteit van zorg worden gerealiseerd. Acties in dat kader vanuit de zorgsector zelf zijn in volle gang, maar het duurt nog even voordat de resultaten daarvan zichtbaar zijn. De Eerste Kamer zal daarom worden verzocht het wetsvoorstel Wet vergroten investeringsmogelijkheden in medisch-specialistische zorg uit 2014 aan te houden.

Maatregelen ter voorkoming van ondoelmatige besteding zorggelden

Dividenduitkering brengt de kwaliteit, toegankelijkheid en/of betaalbaarheid van de zorg niet structureel in gevaar, zo blijkt uit de onderzoeken. Ook is er onvoldoende grond binnen het juridisch kader om winstuitkering in de extramurale zorg middels een totaalverbod te verbieden. Tegelijkertijd zijn er serieuze zorgen over onwenselijke praktijken binnen de zorg. Denk daarbij aan organisatorische en/of financiële constructies die de doelmatige besteding van zorggelden in gevaar brengen. Om dit te voorkomen worden op vier vlakken maatregelen genomen:

  • Maatregelen gericht op de toetreding door nieuwe zorgaanbieders. Het wetsvoorstel Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza) introduceert een nieuwe meldplicht voor alle nieuwe zorgaanbieders en vervangt de WTZi. Met de nieuwe WTZa-meldplicht zijn nieuwe aanbieders al voor aanvang van de zorgverlening in het vizier van de Inspectie Jeugd en Zorg (IGJ). Daarnaast wordt gewerkt aan een nota van wijziging bij de aanpassingswet Wtza waarmee de reikwijdte van de meldplicht wordt uitgebreid: nieuwe onderaannemers komen hier ook onder te vallen (!). Door de complexiteit en impact van de veranderde vergunningsplicht zal dit via een apart traject lopen in een nieuw aanvullend wetsvoorstel.
  • Maatregelen gericht op de Wet Normering Topinkomens (WNT). Ook de WNT wordt momenteel gewijzigd met als doel de ontwijking van de WNT door middel van “vennootschapsrechtelijke constructies (zoals onderaannemers)” tegen te gaan.
  • Maatregelen gericht op transparante, integere en professionele bedrijfsvoering. Alhoewel het volgens de bewindslieden de verantwoordelijkheid van zorgaanbieders zelf is te investeren in een integere en professionele bedrijfsvoering, is hen uit de casuïstiek gebleken dat maatregelen van de overheid nodig zijn om te borgen dat bedrijfsvoering transparant, integer en beheerst is. In dat kader wordt de verantwoordingsplicht van zorgaanbieders aangescherpt en zal (middels een nota van wijziging bij de aanpassingswet Wtza) financiële transparantie worden vereist van zorgaanbieders maar ook van onderaannemers aan wie zorg is uitbesteed. Beoogd wordt hiermee relevante informatie openbaar te maken over de bedrijfsstructuur, de mate waarin externe partijen activiteiten in opdracht van de zorgaanbieder uitvoeren en de achtergrond daarvan. Ook wordt zo inzichtelijk in welke mate via bedrijfsstructuren winst wordt uitgekeerd. Tot slot wordt gewerkt aan “meer inhoudelijke wettelijke eisen aan het intern toezicht in de zorg” en ook het extern toezicht moet in de toekomst sneller en voortvarender kunnen optreden bij twijfels over de gepastheid van bepaalde bedrijfsstructuren of vermeende belangenverstrengeling. De positie van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) en de IGJ worden daarom versterkt omdat zij nu pas (formeel) kunnen ingrijpen als er risico’s ontstaan voor de kwaliteit van zorg (IGJ) of bij onrechtmatige declaraties (NZa). De bewindslieden verwachten de Kamer rond de jaarwisseling verder te informeren over de hoofdlijnen en het verdere proces rond de wetgeving in dit kader.
  • Aanscherpen publieke randvoorwaarden extramurale zorg. De laatste groep maatregelen ziet op het voorbereiden van wetgeving die nadere voorwaarden verbindt aan winstuitkering in de extramurale zorg. Denk bijvoorbeeld aan financiële voorwaarden (solvabiliteit), de kwaliteit van zorg, de governance en de termijn waarbinnen dividend mag worden uitgekeerd. Deze voorwaarden en de inwerkingtreding hiervan kunnen verschillen per deelsector. Tevens zal worden bekeken of het wenselijk, mogelijk en handhaafbaar is om een norm te ontwikkelen voor maatschappelijk maximaal aanvaardbare dividenduitkering.

Met dit pakket aan maatregelen wil VWS waarborgen dat geld dat bedoeld is voor zorg ook daadwerkelijk aan de zorg wordt besteed.

Deze healthbit bevat een beknopte weergave van de uitgebreide kamerbrief, waarin meer in detail wordt beschreven wat de beleidsvoornemens kunnen betekenen.