De nieuwe algemene uitvoeringsregels (die nog niet in werking zijn getreden) wijzigen de termijnen die voor de aannemers, leveranciers en dienstverleners gelden om een rechtsvordering in te dienen.

Volgens de nieuwe bepaling moet iedere dagvaarding voor de rechter op verzoek van de opdrachtnemer en met betrekking tot een opdracht, op straffe van rechtsverval aan de aanbestedende overheid betekend worden uiterlijk dertig maanden volgend op de datum van betekening van het proces-verbaal van de voorlopige oplevering. Wanneer de dagvaarding evenwel zijn oorsprong vindt in feiten of omstandigheden die zijn opgedoken tijdens de waarborgperiode, moet deze op straffe van rechtsverval worden betekend uiterlijk dertig maanden na het verstrijken van de waarborgperiode. Indien het opstellen van een proces-verbaal niet is opgelegd, neemt de termijn een aanvang vanaf de definitieve oplevering.

Vooraf moest iedere dagvaarding voor de rechter op verzoek van de opdrachtnemer aan de aanbestedende overheid worden betekend uiterlijk binnen de twee jaren volgend op de datum van betekening van het proces-verbaal van de definitieve oplevering. Dit gaf aanleiding tot onzekere situaties aangezien de definitieve oplevering vaak zonder betekening van een proces-verbaal gebeurde. De termijn neemt nu een aanvang vanaf de betekening van het proces-verbaal van voorlopige oplevering. Dit biedt meer zekerheid aan de opdrachtnemers en de aanbestedende overheden aangezien de voorlopige oplevering in principe steeds door een officiële mededeling gebeurt. Bovendien moet elke rechtsvordering van de opdrachtnemer op straffe van rechtsverval ook uiteraard binnen de termijnen bepaald in de artikelen 50, 52 of 53 voorafgaandelijk schriftelijk worden bekendgemaakt aan de aanbestedende overheid en het voorwerp uitmaken van een schriftelijke aanvraag.

Bron:

Koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten en van de concessies voor openbare werken, artikel 73.