In deze bijdrage wordt aandacht besteed aan de nieuwste plannen rondom de vervanging van de Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (hierna: ‘’Wet DBA’’) en de nieuwe Wet Invoering Extra Geboorteverlof (hierna: ‘’WIEG’’).

Plannen rondom vervanging Wet DBA De Wet DBA zou meer duidelijkheid moeten scheppen over de vraag wanneer er sprake is van schijnzelfstandigheid. Maar in de praktijk heeft de Wet DBA juist voor veel onrust gezorgd. Het lijkt erop dat de Wet DBA zijn doel voorbij schiet. Er worden immers te veel echte zelfstandige ondernemers geraakt, terwijl aan de ‘onderkant’ van de arbeidsmarkt nog veel schijnzelfstandigheid en concurrentie op arbeidsvoorwaarden voorkomt. Dit zijn de redenen waarom de Wet DBA wordt vervangen.

Het kabinet zet er op in om per 1 januari 2020 de Wet DBA te vervangen. Tot die tijd blijft de handhaving van deze wet opgeschort, de ‘’kwaadwillenden’’ daarvan uitgezonderd. De handhaving van de nieuwe regelgeving zal daarna binnen één jaar gefaseerd op gang komen.

Momenteel bestaat er enkel nog een globale uiteenzetting van de plannen die volgen uit het Regeerakkoord. Deze plannen komen – kort gezegd – op het volgende neer:

  • de invoering van een opdrachtgeversverklaring;
  • het aanpassen van het begrip gezagsverhouding;
  • de zekerheid bieden dat buiten dienstbetrekking gewerkt kan worden door zelfstandigen aan de ‘bovenkant’ van de arbeidsmarkt;
  • duidelijkheid verschaffen dat bepaalde werkzaamheden aan de ‘onderkant’ van de arbeidsmarkt juist wel in dienstbetrekking verricht (moeten) worden; en
  • (eventuele) invoering van een nieuw type overeenkomst, namelijk de ondernemersovereenkomst.

Nog voor het zomerreces stuurt het kabinet een brief naar de Kamer, waarin in hoofdlijnen nader uiteen wordt gezet hoe invulling wordt gegeven aan de verschillende plannen.

WIEG De duur van het kraamverlof is al geruime tijd onderwerp van discussie. In Nederland hebben werknemers die echtgeno( o)t(e) of geregistreerd partner van de moeder zijn, ongehuwd met haar samenwonen of haar kind hebben erkend (hierna: ‘’partners’’) sinds 1 december 2001 recht op twee dagen betaald kraamverlof. Deze twee dagen worden door de werkgever betaald.

De WIEG ziet op een verruiming van de huidige regelgeving. Onder de WIEG wordt het mogelijk voor partners om eenmaal de wekelijkse arbeidsduur met loondoorbetaling (hierna: ‘’geboorteverlof’’) op te nemen binnen vier weken na de dag van de bevalling. En tevens wordt het mogelijk om aanvullend geboorteverlof van vijf maal de wekelijkse arbeidsduur (hierna: ‘’bijzonder geboorteverlof’’) op te nemen, binnen zes maanden na de dag van de bevalling. Voor het bijzonder geboorteverlof bestaat het recht op een uitkering van het UWV van 70% van het dagloon (tot maximaal 70% van het maximum dagloon).

De opname van het geboorteverlof is onvoorwaardelijk, maar de opname van het bijzonder geboorteverlof niet. Gezien de omvang en de ruime periode waarin het bijzonder geboorteverlof kan worden opgenomen, is het mogelijk voor de werkgever om – na overleg met de werknemer – de door werknemer gewenste wijze van invulling van het verlof te wijzigen wegens een zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang. Het bijzonder geboorteverlof als zodanig kan dus niet worden gewijzigd, maar wel het patroon van opname.

Het is de verwachting dat deze wijzigingen per 1 januari 2019 ingaan. Op dat moment wordt waarschijnlijk ook het adoptie- en pleegzorgverlof van vier weken uitgebreid naar zes weken.