Op 1 april 2013 treedt de nieuwe Aanbestedingswet in werking. Op alle Europese en nationale aanbestedingen en onderhandse procedures die na 1 april worden gestart, zal de nieuwe Aanbestedingswet op van toepassing zijn. Deze wet biedt een nieuw, uniform kader voor aanbesteden en inkopen. Als overheden opdrachten in de markt zetten (inkopen), moeten zij zich houden aan deze wet om te zorgen dat alle ondernemers een gelijke kans krijgen om een opdracht te kunnen winnen. Hieronder zullen wij- nog één keer – ingaan op enkele hoofdlijnen van de wet.

Aanbestedingswet en onderliggende regelgeving en beleid

Naast de nieuwe Aanbestedingswet is er ook aanvullend beleid aangenomen. Deze regelgeving moet erop toezien dat aanbestedingen eerlijker verlopen, een verlaging van de administratieve lasten wordt gerealiseerd en de voorschriften beter worden nageleefd. Het aanvullend beleid bestaat uit onder meer een nieuw ARW 2012, Richtsnoeren voor Leveringen en Diensten, een Klachtenregeling en een Gids Proportionaliteit. Ook voor procedures onder de (Europese) drempelwaarde (bijvoorbeeld een meervoudig onderhandse offerteaanvraag) zijn in de nieuwe Aanbestedingswet regels opgenomen.

Gids Proportionaliteit

Op basis van de Gids Proportionaliteit worden overheden verplicht om bepaalde voorschriften na te leven en anders te motiveren waarom zij dit voorschrift niet naleven. Een overheid kan niet volstaan met een algemene motivering om af te wijken van de Gids. Voor iedere opdracht zal moeten worden gemotiveerd waarom aan een bepaald voorschrift niet zal worden voldaan. Een voorbeeld van een dergelijk voorschrift is het vragen van maximaal één referentie per kerncompetentie. Het is dus niet langer toegestaan dat een overheid drie of vier referenties verlangt van een ondernemer per kerncompetentie, tenzij de overheid kan motiveren waarom meerdere referenties worden gevraagd.

Onredelijk zware eisen

Een veel gehoorde klacht van ondernemers is dat in aanbestedingen onredelijk zware eisen worden gesteld. Om mee te kunnen doen aan een bepaalde opdracht, diende bijvoorbeeld een ondernemer aan te tonen dat haar omzet drie keer hoger lag dan de waarde van de opdracht. Zeker voor nieuwkomers op de markt werd het door een dergelijke eis niet mogelijk om mee te doen met een aanbesteding. Op grond van de nieuwe Aanbestedingswet kunnen niet langer omzeteisen worden gesteld, indien hiervoor geen zwaarwegende argumenten gegeven worden door de aanbestedende diensten. Ook door het codificeren van de algemene beginselen van het aanbestedingsrecht wordt extra nadruk gelegd op het opnemen van redelijke eisen in de aanbestedingsstukken.

Lastenverlaging

Een van de uitgangspunten van de nieuwe Aanbestedingswet is het verlagen van de lasten. Of dit echt is gelukt, valt ons inziens te betwijfelen. Uiteraard worden de lasten verlaagd door het uniformeren van de plaats waar opdrachten gepubliceerd moeten worden (Tendernet), van de eigen verklaring en het introduceren van de nieuwe Gedragsverklaring aanbesteden (Oude VOG-verklaring), maar de bewijsstukken zal de winnaar (winnaars) of geselecteerde toch nog moeten kunnen overleggen.

Comply or explain

De nieuwe gouden regel is dat de overheid veel meer zal moeten motiveren waarom zij bepaalde keuzes maakt in haar inkoopproces. In de meeste gevallen zal de overheid moeten voldoen aan de neergelegde regels, tenzij zij kan motiveren waarom zij hiervan afwijkt. Een ondernemer heeft het recht om een dergelijke motivering te verlangen van de overheid.

Standstill termijn verlengd

Tussen de mededeling van de gunningsbeslissing zullen aanbestedende diensten voortaan een standstill termijn van 20 kalenderdagen in acht moeten nemen, voordat zij de overeenkomst mogen sluiten. Dit was 15 kalenderdagen. Dit geeft een afgewezen inschrijver iets meer tijd om te bekijken of het zinvol en haalbaar is om iets tegen de afwijzing te doen.