Het testen van auto’s met bestuurders op afstand komt steeds dichterbij. De nieuwe minister van Infrastructuur en Waterstaat heeft op 23 november het wetsvoorstel Experimenteerwet zelfrijdende auto’s bij de Tweede Kamer ingediend. Op die dag maakte ook de Raad van State haar advies over de wet openbaar. Als de wet in werking treedt, kan de minister vergunningen afgeven voor testen op de openbare weg met bestuurders op afstand.

Sinds 2015 is het in Nederland al mogelijk om met zelfrijdende auto’s te testen op de openbare weg, maar hier moet nu nog altijd een bestuurder in het voertuig aanwezig zijn. De nieuwe wet maakt het testen met een bestuurder op afstand mogelijk. Voordat geheel geautomatiseerde voertuigen op de openbare weg toegelaten kunnen worden, is volgens de Raad van State nog een wets- en verdragswijziging (denk aan het Verdrag van Wenen) nodig. De bestuurder heeft onder het huidige systeem een centrale verantwoordelijkheid voor de veiligheid die niet zonder meer door een systeem kan worden vervangen.

De Raad van State wijst de minister erop dat de impact van de experimenten op het verkeer mogelijk groot zullen zijn. Zij adviseerde de minister daarom nader in te gaan op de te verwachten aantallen aanvragen, de omvang van de experimenten, de periode waarin experimenten mogelijk zullen zijn en de impact daarvan op het normale verkeer. Tevens is de herkenbaarheid voor andere verkeersdeelnemers essentieel voor de verkeersveiligheid, volgens de Raad van State.

De minister heeft het advies niet op alle punten gevolgd. Volgens haar laat de omvang van de experimenten zich op voorhand niet inschatten. De regering wil grootschalige experimenten faciliteren. De verwachting is dat in het eerste jaar enkele vergunningen zullen worden aangevraagd, in de volgende jaren kan dat aantal mogelijk oplopen tot enkele tientallen. Het is volgens haar goed denkbaar dat het karakter van het experiment juist verlangt dat het motorrijtuig niet herkenbaar is als zelfrijdend voertuig. Wel heeft zij overeenkomstig het advies een maximale duur van de experimenten opgenomen in het wetsvoorstel: een vergunning kan voor ten hoogste drie jaar worden verleend.

Zelfrijdend vervoer biedt veel kansen. Slimme technieken kunnen bijvoorbeeld de verkeersveiligheid verbeteren. Als auto’s met elkaar kunnen communiceren, kunnen ze mogelijk ook het verkeer soepeler laten doorstromen. Zelfrijdende auto’s kunnen ook een goede bron van informatie zijn, bijvoorbeeld voor de wegbeheerder. De ontwikkeling roept echter ook veel vragen op. Systemen kunnen falen, zodat aannemelijk is dat zich ongevallen kunnen gaan voordoen die zich mogelijk niet hadden voorgedaan met een bestuurder achter het stuur. Dat leidt tot aansprakelijkheid- en verzekeringsissues. En zijn gegeven de alomvattende privacy regels autofabrikanten zomaar bevoegd om informatie uit de auto’s te delen met wegbeheerders? Ook kunnen zich ethische dilemma’s voordoen: bestuurders maken immers andere keuzes dan systemen.

Op Europees niveau is afgesproken dat alle Europese landen in 2019 klaar moeten zijn om met zelfrijdende auto’s de weg op te kunnen. Dat maakt dat de ontwikkelingen elkaar nu snel zullen en kunnen opvolgen, met ook alle juridische uitdagingen van dien.