Begin dit jaar is het initiatief van enkele Kamerleden voor het voorstel van de Wet bestuurlijk verbod rechtspersonen geconsulteerd. Het voorstel geeft de Minister voor Rechtsbescherming de bevoegdheid om een rechtspersoon bij beschikking te verbieden en te ontbinden indien zijn werkzaamheid in strijd is met de openbare orde. De wet is een aanvulling op de mogelijkheid voor de rechter om – op verzoek van het Openbaar Ministerie – rechtspersonen waarvan de werkzaamheid in strijd is met de openbare orde verboden te verklaren en te ontbinden (art. 2:20 BW).

Op dit moment is in art. 2:20 BW bepaald dat een rechtspersoon waarvan de werkzaamheid in strijd is met de openbare orde, op verzoek van het Openbaar Ministerie (OM) door de rechtbank verboden kan worden verklaard en kan worden ontbonden. Een rechtspersoon waarvan het doel in strijd is met de openbare orde, kan – eveneens op verzoek van het OM – door de rechtbank worden ontbonden. De initiatiefnemers van het voorstel van de Wet bestuurlijk verbod rechtspersonen zijn van mening dat het verbieden van rechtspersonen via de gerechtelijke weg te veel tijd kost en dat de huidige bevoegdheid in de praktijk moeilijk toepasbaar blijkt, aangezien crimineel handelen van leden onder de huidige rechtspraak niet snel aan een rechtspersoon wordt toegerekend. Daarom stellen zij voor om, naast de mogelijkheid van het civielrechtelijk verbod uit art. 2:20 BW, de Minister voor Rechtsbescherming een bestuursrechtelijke bevoegdheid te geven om rechtspersonen bij beschikking te verbieden en te ontbinden. Een specifieke bepaling regelt de toerekening van gedragingen van leden aan de rechtspersoon. Het voortzetten van de werkzaamheid van de verboden organisatie, in feite het overtreden van een verbod, wordt strafbaar gesteld.

De initiatiefnemers hebben met name Outlaw Motorcycle Gangs (OMG's) op het oog maar het voorstel reikt verder. Onder de werking ervan kunnen rechtspersonen met allerlei soorten activiteiten vallen, zoals supportersverenigingen, levensbeschouwelijke organisaties en andere belangenorganisaties. In meerdere consultatiereacties wordt bovendien gerefereerd aan het feit dat het voorstel de weg opent voor direct ingrijpen van de overheid in private verhoudingen zonder dat sprake is van de waarborgen van een rechterlijke procedure.

Het is nog niet bekend of, en zo ja wanneer, het initiatiefwetsvoorstel bij de Tweede Kamer wordt ingediend.