Op 5 juli 2016 is de Richtlijn bedrijfsgeheimen (2016/943/EU) in werking getreden. De richtlijn heeft tot doel de regels inzake bescherming van niet-openbaar gemaakte knowhow en bedrijfsinformatie (bedrijfsgeheimen) in de EU lidstaten te harmoniseren. De richtlijn moest voor 9 juni 2018 geïmplementeerd zijn in de Nederlandse wet- en regelgeving. Nederland heeft deze termijn niet gehaald.

Het wetsvoorstel ter implementatie van de Richtlijn bedrijfsgeheimen (het wetsvoorstel Wet bescherming bedrijfsgeheimen) is op 17 april 2018 aangenomen door de Tweede Kamer en thans aanhangig bij de Eerste Kamer. Op 22 juni 2018 is de Memorie van antwoord gepubliceerd. De inbreng voor het Nader voorlopig verslag vindt plaats op 10 juli 2018. Het is nog niet bekend wanneer de wet in werking zal treden.

Op dit moment is er géén Nederlandse wetgeving over de bescherming van bedrijfsgeheimen.

Op grond van het wetsvoorstel kan worden opgetreden tegen het onrechtmatig verkrijgen, gebruiken en openbaar maken van bedrijfsgeheimen. De verkrijging van een bedrijfsgeheim zonder toestemming van de rechthebbende wordt bijvoorbeeld als onrechtmatig beschouwd wanneer deze verkrijging plaatsvindt door onbevoegde toegang of het zich onbevoegd toe-eigenen of kopiëren van het bedrijfsgeheim. Het gebruiken of openbaar maken van een bedrijfsgeheim wordt als onrechtmatig beschouwd wanneer een persoon het bedrijfsgeheim zonder toestemming van de rechthebbende op onrechtmatige wijze heeft verkregen of bijvoorbeeld inbreuk maakt op een geheimhoudingsovereenkomst of een contractuele of andere verplichting tot beperking van het gebruik van het bedrijfsgeheim.

Daarnaast krijgen rechthebbenden in het wetsvoorstel meer middelen om inbreuken op bedrijfsgeheimen te bestrijden. Zo kan er een verbod op het gebruik of de openbaarmaking van bedrijfsgeheimen worden gevorderd of een vordering tot het terugroepen of vernietigen van reeds vervaardigde producten. Ook kan onder bepaalde voorwaarden schadevergoeding worden gevorderd. In het Wetboek voor Burgerlijke Rechtsvordering worden bovendien bepaalde waarborgen opgenomen zodat rechthebbenden het bestaan van bedrijfsgeheimen kunnen stellen en bewijzen, zonder dat zij daarvoor de inhoud van deze bedrijfsgeheimen bekend hoeven te maken.

Het wetsvoorstel voorziet verder in een definitie van bedrijfsgeheimen. Een onderneming heeft er belang bij om zeker te stellen dat haar vertrouwelijke bedrijfsinformatie binnen deze wettelijke definitie zal vallen en de wettelijke bescherming geniet. Er moet hiervoor aan drie cumulatieve voorwaarden zijn voldaan. Ten eerste moet de informatie geheim zijn en niet algemeen bekend zijn bij of gemakkelijk toegankelijk zijn voor degenen binnen de kringen die zich gewoonlijk bezighouden met dergelijke informatie. Ten tweede moet de geheime informatie handelswaarde hebben. Ten slotte moeten er “redelijke” maatregelen zijn getroffen om de informatie geheim te houden. Hierbij kan volgens de Memorie van toelichting gedacht worden aan het opnemen van geheimhoudingsclausules in handelscontracten, arbeidsovereenkomsten en reglementen, het expliciet benoemen of registeren van bedrijfsgeheimen en het bewaken van het bedrijfsterrein of de betrokken installatie. Daarnaast kan worden gedacht aan digitale beschermingsmaatregelen zoals encryptie.