Minister Asscher verwacht het wetsvoorstel hervorming flexrecht, ontslagrecht en Werkloosheidswet binnen drie maanden naar de Tweede Kamer te kunnen sturen. Het concept wetsvoorstel ligt bij de Raad van State en is nog niet openbaar. Het advies van de Raad voor de Rechtspraak (“de Raad”) over het wetsvoorstel is al wel beschikbaar.

Het voorstel is gebaseerd op het sociaal akkoord van 11 april 2013. Eén van de doelen van het sociaal akkoord en het wetsvoorstel van de Minister is een eerlijker en eenvoudiger ontslagrecht.

De Raad onderschrijft de noodzaak tot het wijzigen van het ontslagrecht. Bovendien juicht de Raad (niet verrassend) toe dat aan de kantonrechter een belangrijke rol wordt toegekend. Daarnaast wordt hoger beroep en cassatie in alle gevallen opengesteld, wat een welkome toevoeging is volgens de Raad.

De Raad heeft echter ook kritiek. Op een aantal onderwerpen zullen wij hier nader ingaan. Het volledige advies (in het Nederlands) kunt u vinden op: http://www.rechtspraak.nl/.

Eenvoudiger ontslagrecht?

De Raad wijst er op dat het hem niet duidelijk is waarom de kantonrechter, die als het concept wetsvoorstel wet wordt zal oordelen over ontslag om persoonlijke redenen, gebonden zou moeten zijn aan de ontslagcriteria van het UWV en waarom er een “waslijst van criteria” in de wet wordt opgenomen waaraan de rechter zich zou moeten houden. Dit zou het ontslagrecht volgens de Raad eerder ingewikkelder, dan eenvoudiger maken.

Aan de beoogde vereenvoudiging draagt volgens de Raad ook niet bij dat het voorgestelde ontslagsysteem een aanzienlijk aantal vergoedingen met hun eigen criteria en uitzonderingsmogelijkheden kent. De werknemer die ontslagen wordt, krijgt in principe recht op een transitievergoeding. De werkgever kan daarop echter bepaalde posten in aftrek brengen, zoals de kosten van een langere opzegtermijn, kosten voor outplacement of kosten gerelateerd aan verrichte inspanningen in het kader van employability. Heeft de werkgever een habe nichts verweer, dan kan de vergoeding ook geheel of gedeeltelijk komen te vervallen. De werknemer kan de rechter om een extra vergoeding verzoeken. Die kan echter alleen worden toegekend als de ontbinding het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever dan wel grotendeels aan hem te wijten is. Allemaal onderwerpen waarover partijen mogelijk willen gaan procederen.

Eerlijker ontslagrecht?

Werknemers, die met toestemming van het UWV op bedrijfseconomische omstandigheden zijn ontslagen, lijken anders behandeld te gaan worden dan werknemers die na twee jaar ziekte worden ontslagen met toestemming van het UWV. Zij kunnen er niet voor kiezen om een additionele vergoeding te vorderen in plaats van herstel van dienstbetrekking.

Ook geeft het concept wetsvoorstel de sociale partners de mogelijkheid om bij collectieve arbeidsovereenkomst op verschillende onderdelen af te wijken van de wet. De Raad merkt op dat de representativiteit van de werkgeversverenigingen en vakbonden in die gevallen onvoldoende is gewaarborgd.

Wat gaat gelden bij beëindiging met wederzijds goedvinden?

De Raad zegt er vanuit te gaan dat de werknemer, die instemt met een vaststellingsovereenkomst, ook recht heeft op een transitievergoeding. Dat volgt in ieder geval niet uit het sociaal akkoord dat uitdrukkelijk bepaalt dat in dat geval de transitievergoeding niet van toepassing is.

Het sociaal akkoord introduceerde bovendien een ‘bedenktijd’ van 2 weken, waarin werknemer advies kan vragen en zijn instemming kan herroepen. Uit het advies volgt dat in het concept wetsvoorstel een mogelijkheid voor de werknemer is opgenomen om de vaststellingsovereenkomst binnen 14 dagen te vernietigen of te herroepen met een schriftelijke verklaring. Onduidelijk is of deze bepalingen ook van toepassing zijn als de werknemer al juridische bijstand had vóórdat hij de vaststellingsovereenkomst tekent. Dat is in de praktijk immers meestal het geval en dan zou er voor een bedenktermijn achteraf geen plaats meer moeten zijn.

Lagere kosten?

De Raad verwacht dat invoering van het huidige concept wetsvoorstel voor de rechtspraak minimaal 6,4 miljoen Euro per jaar aan extra kosten met zich zal brengen.

Hoe verder?

Bij de indiening van het wetsvoorstel bij de Tweede Kamer zal blijken in hoeverre het concept wetsvoorstel door de Minister nog is aangepast. Wordt dus wederom vervolgd.