Digitalisering heeft in vrijwel alle sectoren van de economie grote impact gehad, maar binnen de mobiliteitssector is die impact nog altijd relatief beperkt. Daar probeert het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat nu verandering in te brengen. Hoe het ministerie dat gaat doen, hebben de minister en staatssecretaris voor de zomer toegelicht in een brief aan de Tweede Kamer. Uit deze brief volgt dat de inzet van het ministerie (onder meer) zal bestaan uit het, in samenwerking met aanbieders van Mobility as a Service (MaaS), vervoerders en regionale overheden, starten van zeven landelijk opschaalbare regionale MaaS-pilots om te onderzoeken of MaaS van invloed kan zijn op de mobiliteitssector. In totaal wordt hiervoor € 20 miljoen uitgetrokken.

MaaS wordt door het ministerie gedefinieerd als "het aanbod van multimodale, (vraaggestuurde) mobiliteitsdiensten, waarbij op maat gemaakte reismogelijkheden via een digitaal platform (bijvoorbeeld een app) met real-time informatie aan klanten worden aangeboden, inclusief betaling en afhandeling van transacties" en komt feitelijk erop neer dat een reiziger met één applicatie (app) een volledige multimodale reis kan plannen, boeken en betalen. Een dergelijke MaaS-app is tot op heden in Nederland nog niet van de grond gekomen, onder meer omdat (vervoers)bedrijven niet staan te springen om hun data met andere bedrijven te delen. Enerzijds, omdat door wet- en regelgeving datadelen niet zonder meer is toegestaan. Anderzijds, omdat delen van data de positie van een bedrijf in een nieuwe aanbesteding ongunstig kan beïnvloeden.

Om die reden zijn door het ministerie, in samenwerking met de betreffende decentrale overheden, zeven pilots gekozen aan de hand waarvan wordt gekeken of MaaS de toekomst heeft en wat hiervan de effecten zijn. Met de regionale pilots wordt bijvoorbeeld geëxperimenteerd met MaaS om te bezien of de drukte op de snelwegen rondom de Zuidas in Amsterdam kan worden verminderd, de bereikbaarheid van de luchthaven Rotterdam-The Hague Airport kan worden vergroot en de inwoners van Utrecht-Leidsche Rijn kunnen worden bewogen om meer van het openbaar vervoer gebruik te maken.

Volgend op de brief van juni 2018 is het MaaS-project van het ministerie in een stroomversnelling geraakt. Na een marktconsultatie (of zgn. pre-competitieve fase), die de hele zomer door werd gehouden (en mogelijk nog in een 2e ronde wordt voortgezet), heeft het ministerie eind september 2018 de aanbesteding van de raamovereenkomst voor de uitvoering van de zeven regionale MaaS-pilots in de markt gezet. De raamovereenkomst geeft de gekozen inschrijvers het recht mee te dingen aan de minicompetities voor de regionale pilots.

De aanbesteding heeft tot doel verschillende dienstverleners de ruimte te bieden om (al dan niet gezamenlijk) goede MaaS diensten te ontwikkelen en uit te rollen. De dienstverleners die aan de gestelde vereisten voldoen, krijgen een raamovereenkomst aangeboden.

In de raamovereenkomst zijn de verdere verplichtingen vastgelegd die op de (decentrale) overheden enerzijds en de dienstverleners anderzijds rusten bij de ontwikkeling van de MaaS-apps. Opvallende punten uit deze overeenkomst zijn, onder meer, dat:

  • (i) het ministerie en de decentrale overheden zichzelf de (zorg)plicht hebben opgelegd om vervoerders en bedrijven, die beschikken over een exclusief recht (zoals een OV-concessie), te laten samenwerken met de uiteindelijke MaaS-dienstverleners;
  • (ii) het ministerie en de decentrale overheden van de zeven pilots en de uitkomsten daarvan wil kunnen leren. Daarom stellen zij als eis dat data wordt gedeeld binnen de MaaS keten;
  • (iii) MaaS-dienstverleners op een korte termijn al een MaaS-app operationeel moeten hebben (namelijk bij de start van de uitvoering van een pilot) en verplicht zijn de in de betreffende regio actieve vervoersaanbieders uit te nodigen om in de app te worden opgenomen; en
  • (iv) het de (uiteindelijke) raamcontractanten is toegestaan om gezamenlijk in te schrijven op een minicompetitie en om elkaars onderaannemer te zijn bij de diverse minicompetities. Dit is zelfs het geval als de raamcontractanten uit consortia bestaan. Overigens mag een raamcontractant slechts maximaal drie minicompetities winnen.

Ten aanzien van dit laatste punt alsook de in de aanbesteding centraal staande datadeling moeten de gegadigden uiteraard de spelregels omtrent het aanbestedingsrecht en mededingingsrecht goed in het oog houden. Voor het vormen van consortia geldt dan ook dat men moet beoordelen of ieder van de partijen daarin noodzakelijk is voor het doen van een succesvolle aanbieding.

Geïnteresseerde partijen kunnen zich tot 1 november a.s. inschrijven op de aanbesteding. Het ministerie heeft deze inschrijving aantrekkelijk willen maken door daar een inschrijvingsvergoeding tegenover te stellen. Afhankelijk van het aantal inschrijvers kan deze vergoeding oplopen tot een bedrag van € 20.000, -.

Gunning van de raamovereenkomst zal in december 2018 plaatsvinden. De minicompetities voor de regionale pilots zullen naar verwachting vanaf januari 2019 worden georganiseerd.