Civiel

Vonnis op tegenspraak bij niet-verschenen gedaagde en tussenkomst/voeging Indien er meerdere gedaagden zijn en ten minste één van hen in het geding verschijnt, dan wordt tussen alle partijen één vonnis gewezen dat als vonnis op tegenspraak wordt beschouwd (art. 140 lid 3 Rv). De HR oordeelt dat als gedaagde(n) niet is/zijn verschenen maar wel een partij is tussengekomen of aan de zijde van die gedaagde(n) een procespartij is gevoegd, dan met overeenkomstige toepassing van art. 140 lid 3 Rv een vonnis op tegenspraak wordt gewezen. Om te voorkomen dat een niet-verschenen gedaagde niet tijdig kennis heeft van het op tegenspraak gewezen vonnis en daardoor in feite zijn mogelijkheid van hoger beroep verliest, geeft de HR nog enkele aanvullende regels. Onder omstandigheden kan de rechter die beslist op de vordering tot voeging of tussenkomst, bij toewijzing van die vordering bepalen dat de toegelaten partij de niet-verschenen gedaagde(n) van die toelating in kennis stelt. Verder kan onder omstandigheden een niet-verschenen gedaagde die met termijnoverschrijding hoger beroep instelt toch ontvankelijk zijn.

ECLI:NL:HR:2019:791

Fiscaal

Berekening KIA ingeval van buitenvennootschappelijke investering naast maatschapsinvestering Belanghebbende, maat in een maatschap, claimt toepassing van de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) gebaseerd op de samentelling van het door de maatschap geïnvesteerde bedrag met zijn eigen buitenvennootschappelijke investering. De inspecteur meent dat de aftrek pro rata moet worden verminderd omdat slechts rekening moet worden gehouden met de maatschapsinvestering voor zover dit toerekenbaar is aan belanghebbende. De HR oordeelt dat uit de wettekst noch uit de wetsgeschiedenis blijkt dat belanghebbende de samentelregeling van art. 3.41 Wet IB 2001 anders had moeten toepassen dan hij heeft gedaan.

ECLI:NL:HR:2019:785

Straf

Reikwijdte beklag inbeslaggenomen documenten Lopende een klaagschriftprocedure ex art. 552a Sv zijn inbeslaggenomen documenten geretourneerd. Gelet daarop is het beslag inmiddels beëindigd en is het cassatieberoep niet-ontvankelijk wegens een gebrek aan belang. Dit oordeel wordt niet anders door het feit dat het klaagschrift, behalve een verzoek tot teruggave van de administratieve bescheiden, ook een verzoek bevat om (i) te gelasten dat kopieën van (delen van) die administratie worden teruggegeven of vernietigd, (ii) in rechte vast te stellen dat de gestelde kennisneming door de Belastingdienst van door middel van deze administratie verkregen gegevens onrechtmatig was en (iii) te gelasten dat die gegevens niet door de Belastingdienst worden gebruikt. Art. 552a Sv voorziet namelijk niet in de specifieke mogelijkheid om daarover beklag te doen.

ECLI:NL:HR:2019:781