Volgens het hof van beroep te Gent maakte een leveringsweigering van ‘Amber Leaf’ tabaksproducten aan een tankstation geen inbreuk uit op de eerlijke marktpraktijken[1]. Het tankstation in kwestie bevindt zich in Adinkerke, en vormt een drukbezocht tabaksverkooppunt voor Britse toeristen.

In het middelpunt van de discussie stond (i) de Europese regelgeving op grond waarvan men enkel hoeveelheden van roltabak bestemd voor eigen gebruik mag invoeren van de ene naar de andere lidstaat (i.e. 1 kg roltabak of 2 sloffen of 20 pakjes) en (ii) indicaties van het overschrijden van die hoeveelheden bij verkopen door retailers tengevolge inbeslagnames bij invoeren in Engeland.

Tussen eind 2012 en begin 2014 werd er bij de Britse douane respectievelijk 22 + 18 + 30 + 24 + 19,5 + 9,5 kg roltabak van ‘Amber Leaf’ waaronder een aantal volle kartons met de oorspronkelijke verzegeling bij een of meerdere inreizende personen in beslag genomen. Alle verpakkingen waren verkocht door het tankstation in kwestie. Op basis van het akkoord van de tabaksproducent met de Europese Unie en de Britse douane in het kader van de strijd tegen tabaksmokkel, en na diverse waarschuwingen werden geen ‘Amber Leaf’ producten meer geleverd aan het tankstation. De exploitant van het tankstation argumenteerde tevergeefs dat hij niet verantwoordelijk kon gehouden worden voor het (her) groeperen van hoeveelheden tabak nadat deze via stromannen bij hem zijn aangekocht. Om deze en andere redenen was de exploitant van mening dat de leveringsweigering rechtsmisbruik uitmaakte en in strijd was met de eerlijke marktpraktijken.

Het hof overweegt vooreerst dat de vordering een contractuele basis heeft en deze niet binnen de bevoegdheid van de stakingsrechter valt. Daarnaast wordt opgemerkt dat, zelfs indien zou aangetoond worden dat het bewijs van ’de betrokkenheid of nalatigheid van het takstation juridisch onvoldoende sterk zou zijn, het nog steeds niet bewezen is dat de beëindiging onrechtmatig was. Een overeenkomst van onbepaalde duur kan immers steeds door elke partij opgezegd worden. Het feit dat het tankstation hierdoor een aanzienlijk deel van haar inkomsten derft doen dit feit niet teniet. Daarenboven toont het tankstation niet aan dat er gehandeld werd met het hoofdzakelijk oogmerk haar schade toe te brengen, noch dat zij geschokt is in haar rechtmatige verwachtingen, noch dat de opzeggingstermijn te kort zou geweest zijn. Het Hof haalde ook aan dat er indicaties waren dat er mogelijk te grote individuele volumes werden verkocht door te wijzen op het feit dat een aantal van de in beslag genomen kartons nog met de oorspronkelijke verzegeling werden aangetroffen.

Hoewel een alternatieve leveringsbron van ‘Amber Leaf’ bijna onbestaande is, oordeelt het hof dat er niet is aangetoond dat de betrokken groothandelaars in kwestie een (collectieve) machtspositie betrekken op de markt. Het uitsluiten uit een strak georganiseerd verkoopsysteem zou niet volstaan om tot een onrechtmatigheid in hoofde van de groothandelaar(s) te besluiten, laat staan tot een inbreuk op de marktpraktijken die een stakingsbevel en een herstel rechtvaardigen.