Nike heeft in het kader van het WK Voetbal dat vanaf juni 2018 zal plaatsvinden in Rusland een ludieke campagne gelanceerd: Nothing Beats a Londoner, geproduceerd door internationaal reclamebureau Wieden+Kennedy. In de bijbehorende video zijn zowel bekende als onbekende Londenaren te zien die hun passie voor sport tonen. Nike heeft de video echter van YouTube verwijderd, nadat het sportmerk LNDR Nike voor de rechter heeft gedaagd in verband met vermeende merkinbreuk.

In de Nothing Beats a Londoner-video van Nike, die naar verluidt 10 miljoen pond heeft gekost, is te zien hoe onder meer kinderen op straat maar ook burgemeester Sadiq Khan leven en trainen in de multiculturele stad Londen. Het komt duidelijk naar voren dat zij trots zijn op de stad Londen en op het stadsdeel waar ze vandaan komen. Binnen vijf dagen was de video al meer dan 2,6 miljoen keer bekeken.

Het succes van de video was echter van korte duur, aangezien Nike door de houder van het sportmerk LNDR voor de rechter is gedaagd. De onderneming achter het merk LNDR heeft het merk reeds in 2015 in Groot-Brittannië gedeponeerd voor onder meer kleding. Zij acht het gebruik van de letters LDNR – die verwijzen naar ‘Londoner’ (zie ook afbeelding hiernaast) – inbreukmakend op haar oudere merkrecht vanwege de overeenstemming tussen de tekens LNDR en LDNR en de identieke dan wel soortgelijke producten waarvoor de respectieve merken worden gebruikt, waardoor sprake zou zijn van verwarringsgevaar.

Merkenvergelijking

In het merkenrecht geldt dat de houder van een merkregistratie (onder meer) bezwaar kan maken tegen het jonger gebruik van een overeenstemmend teken voor soortgelijke waren en/of diensten indien daardoor verwarring kan ontstaan bij het publiek.

Bij de beoordeling of er sprake is van overeenstemming wordt gekeken naar de visuele, auditieve en begripsmatige gelijkenis tussen de betrokken merken. Het gaat dan om de totaalindruk die de merken bij de gemiddelde consument genereren, waarbij de onderscheidende en dominante kenmerken van de merken vooral in aanmerking worden genomen. Belangrijk is dat in de rechtspraak is bepaald dat de gemiddelde consument niet in staat is verschillende details van een merk te onthouden.

Naast de overeenstemming van tekens wordt beoordeeld in hoeverre er sprake is van soortgelijkheid tussen de betrokken waren en/of diensten. Indien zowel sprake is van overeenstemming van merken als van soortgelijkheid van waren en/of diensten, ligt verwarring bij het relevante publiek op de loer en zal de houder van de oudere registratie kunnen optreden tegen het gebruik en de registratie van het jongere merk. Op grond van jurisprudentie geldt dat verwarringsgevaar ook kan worden aangenomen indien het relevante publiek in de veronderstelling zou kunnen zijn dat de betrokken producten of diensten van dezelfde of van een verbonden onderneming afkomstig zijn.

Beslissing

Op 2 maart jl. heeft de Britse rechter in een ‘interim injunction’ (vergelijkbaar met het Nederlandse kort geding) beslist dat voldoende aannemelijk is dat sprake is van merkinbreuk. Een verdere inhoudelijke behandeling van de zaak wordt binnen enkele maanden verwacht. We houden u op de hoogte over verdere ontwikkelingen in deze kwestie.