Beëindiging huurovereenkomst bedrijfsruimte. Kan de huurder na een vonnis van de kantonrechter alsnog instemmen met de huuropzegging van de verhuurder?

In deze kwestie huurde de huurder een bedrijfsruimte en exploiteerde daarin een drogisterij. De huurovereenkomst werd telkens verlengd voor een periode van 5 jaar en liep voor het laatst van 31 oktober 2010 tot en met 31 oktober 2015. De verhuurder heeft de huurovereenkomst opgezegd tegen 31 oktober 2015. De huurder heeft niet ingestemd met de opzegging van de huurovereenkomst binnen de in de wet gestelde termijn van 6 weken na de opzegging. Aangezien de huurder de huuropzegging niet accepteert, start de verhuurder een juridische procedure. Hij vordert in rechte dat de rechter het tijdstip vaststelt waarop de huurovereenkomst zal eindigen. In de procedure komt vast te staan dat door de verhuurder wordt voldaan aan de wettelijke opzeggingsgrond dat hij de betreffende bedrijfsruimte dringend nodig heeft voor eigen gebruik wegens renovatie. De kantonrechter heeft in het vonnis van 22 juli 2015 bepaald dat de huurovereenkomst tussen partijen wordt beëindigd op 1 augustus 2016. Door de verhuurder was in de procedure gesteld dat het gehuurde in verband met de renovatie niet eerder dan 1 augustus 2016 leeg hoefde te zijn.

Na het vonnis in eerste aanleg heeft de huurder besloten om niet meer verder te willen exploiteren in het winkelcentrum en om die reden heeft de huurder op 5 augustus 2015 alsnog ingestemd met de beëindiging van de huurovereenkomst per 31 oktober 2015, conform de oorspronkelijke opzegging van de verhuurder. De verhuurder stelt dat een dergelijke instemming met de huuropzegging niet meer mogelijk is, nu de kantonrechter al een einddatum van de huurovereenkomst heeft vastgesteld en wel op 1 augustus 2016.

Het gerechtshof volgt het standpunt van de verhuurder niet. Op basis van de wet is de huurder niet enkel bevoegd met de beëindiging van de huurovereenkomst door de verhuurder in te stemmen gedurende de in de wet genoemde termijn van 6 weken na de opzegging. Dit betekent dan ook dat de huurder de bevoegdheid heeft om in te stemmen met de huuropzegging van de verhuurder ook na deze termijn van 6 weken (en dus tijdens of na een juridische procedure), indien 1) de datum waartegen de huur is opgezegd nog niet is verstreken en 2) de rechter nog niet onherroepelijk heeft beslist op de vordering van de verhuurder. In deze situatie wordt aan beide voorwaarden voldaan, nu de huurder zeer kort na het vonnis van de kantonrechter alsnog heeft ingestemd met de huuropzegging van de verhuurder en die einddatum nog niet verstreken was. De omstandigheid dat inmiddels een vonnis was gewezen waarin een beëindiging van de huurovereenkomst eerst met ingang van 1 augustus was bepaald, maakt geen afbreuk aan het recht van de huurder om alsnog in te stemmen met de beëindiging van de huurovereenkomst per 31 oktober 2015. De huurder is na die datum dan ook geen huurprijs meer verschuldigd nu de huurovereenkomst rechtsgeldig is beëindigd op 31 oktober 2015.