De Privacycommissie stelt dat het gebruik van een dashcam voor recreatief gebruik, waarbij bijvoorbeeld een familie in het kader van haar jaarlijkse vakantie de reisroute filmt, niet onder de toepassing van de Wet Bescherming Persoonsgegevens valt, zolang de beelden uitsluitend voor persoonlijke of huishoudelijke doeleinden worden gebruikt. Zodra de beelden echter publiek worden gemaakt, zal de wet wel degelijk van toepassing zijn. Hierbij dient te worden opgemerkt dat wanneer de videobeelden in een cloud op het internet worden opgeslagen, het vaak van de privacyinstellingen van de software zal afhangen of de beelden al dan niet publiek toegankelijk zijn. De gebruiker is er zich soms niet geheel van bewust dat de inhoud van een cloud (gedeeltelijk) ook door anderen kan worden bekeken.

In geval dat het beeldmateriaal van een dashcam wordt gebruikt als bewijsmateriaal bij een aanrijding , stelt de Privacycommissie terecht dat dit geen verwerking van gewone persoonsgegevens betreft, maar van gerechtelijke persoonsgegevens. De verwerking hiervan is volgens de wet in principe verboden. Op dit verbod geldt echter een uitzondering, nl. in kader van eigen geschillen. Wanneer een chauffeur video-opnames heeft gemaakt van een ongeval waarin hij zelf betrokken is, is het mogelijk om de beelden te gebruiken, aldus de Privacycommissie.

Het gebruik van dashcams door taxichauffeurs, die om veiligheidsredenen het interieur van de taxi filmen, valt volgens de Privacycommissie niet onder de Wet Bescherming Persoonsgegevens, maar onder de Camerawet (Wet van 21 maart 2007 tot regeling van de plaatsing en het gebruik van bewakingscamera’s), aangezien het hier in feite om bewakingscamera’s gaat. Er wordt immers met een vaste camerabewaking een publiek toegankelijke, besloten plaats gefilmd, meer bepaald het interieur van een taxi. De Camerawet legt een heleboel verplichtingen op, zoals het plaatsten van een pictogram om iedereen ervan in te lichten dat hij of zij wordt gefilmd.