CIVIEL

Omzetting surseance financieringsdochters Oi houdt stand

De HR laat de intrekking van de surseance van betaling en de daarop volgende faillietverklaring van twee in Nederland gevestigde financieringsdochters (Oi Coop en PTIF) van het Braziliaanse telecommunicatieconcern Oi in stand. Volgens de HR is Nederlands faillissementsrecht van toepassing, ook al behoren Oi Coop en PTIF tot een internationale groep die het centrum van zijn voornaamste belangen in het buitenland heeft en ten aanzien waarvan in dat buitenland een herstructureringsprocedure loopt. Het in die herstructureringsprocedure aangeboden akkoord betreft mede de boedel van Oi Coop en PTIF en dus een daad van beheer en beschikking over de boedel (art. 228 Fw). De HR oordeelt voorts dat voor trachten te benadelen in de zin van art. 242 lid 1 onder 2 Fw voldoende is dat de schuldenaar zich (voorafgaand aan of tijdens de surseance) aldus heeft gedragen dat benadeling van de schuldeisers met voldoende mate van waarschijnlijkheid was te verwachten en hij dit begreep of behoorde te begrijpen.

Direct naar de Oi Coop uitspraak Direct naar de PTIF uitspraak

ECLI:NL:HR:2017:1280

ECLI:NL:HR:2017:1281

CIVIEL

Mag Golden Earring muziekuitgave-contracten beëindigen?

Leden van de Golden Earring hebben een deel van hun muziekuitgave-rechten overgedragen aan Nanada c.s. Nanada c.s. waren op hun beurt gehouden de betrokken werken te promoten en exploiteren. Partijen twisten of de bandleden de overeenkomsten mochten beëindigen. De HR oordeelt dat de overeenkomsten wel konden worden opgezegd, maar in beginsel niet zonder zwaarwegende reden. Daarbij wijst de HR op de opvattingen die ten grondslag liggen aan de per 1 juli 2015 ingevoerde wetgeving die het mogelijk maakt muziekuitgave-overeenkomsten te ontbinden als de uitgever de werken onvoldoende exploiteert. De HR oordeelt dat ook voor voortdurende inspanningen geldt dat tijdig moet worden geklaagd op de voet 6:89 BW. De HR heeft de cassatieberoepen van beide partijen gegrond geoordeeld en de zaak verwezen.

ECLI:NL:HR:2017:1270

CIVIEL

Kindgebonden budget blijft buiten beschouwing bij vaststellen alimentatie

Het kindgebonden budget is een overheidsbijdrage van aanvullende aard, waarvan het karakter meebrengt dat die bijdrage buiten beschouwing moet worden gelaten bij het vaststellen van de behoefte van de alimentatiegerechtigde aan een uitkering tot levensonderhoud op de voet van art. 1:157 BW.

ECLI:NL:HR:2017:1273 FISCAAL

Provisie bij verkoop schip onder reikwijdte tonnageregime

Belanghebbende is als commanditair vennoot van een besloten commanditaire vennootschap (cv) betrokken bij de verkoop van een door die cv geëxploiteerd schip. Zij heeft namens de overige vennoten van de cv de verkoop van het schip begeleid en ontvangt van de betrokken scheepsmakelaar een verkoopprovisie. De uitspraak van het hof, noch de overige stukken van het geding geven volgens de HR aanleiding te veronderstellen dat de verkoopprovisie is ontvangen in het kader van een andere onderneming dan de scheepvaartonderneming van belanghebbende. De verkoopprovisie is daarom terecht als winst uit scheepvaart onder het tonnageregime aangegeven.

ECLI:NL:HR:2017:1236