Op 1 januari 2013 is de Wet aanpassing enquêterecht in werking getreden. Deze wet is geëvalueerd door de Tilburg University. De uitkomsten van deze evaluatie zijn op 21 maart 2018 door de Minister voor Rechtsbescherming gepubliceerd. In deze Corporate Update een overzicht van enkele conclusies en aanbevelingen van de onderzoekscommissie. Wij verwijzen in dit verband tevens naar de samenvatting van het onderzoek.

De Wet aanpassing enquêterecht wijzigde onder meer de drempels voor het enquêteverzoek, gaf de rechtspersoon zelf de bevoegdheid om een enquête te verzoeken, introduceerde de Raadsheer-Commissaris die toezicht houdt op de onderzoeksfase en beperkte het aansprakelijkheidsrisico van de onderzoekers. Zie hierover ook onze Corporate Update van januari 2013. Op grond van art. II van de wet zou de Minister van Veiligheid en Justitie binnen drie jaar na inwerkingtreding verslag doen van de doeltreffendheid en de effecten van de wet in de praktijk. Het evaluatieonderzoek is uiteindelijk in de periode 2017-2018 uitgevoerd door de Tilburg University in opdracht van de Directie Wetgeving en Juridische Zaken. De onderzoekers komen tot de conclusie dat in het algemeen de gestelde doelen van de Wet aanpassing enquêterecht (grotendeels) worden bereikt. Er zijn echter ook enkele aandachtspunten:

  • Vanwege de aansprakelijkheidsrisico's was het voorafgaand aan de invoering van de Wet aanpassing enquêterecht zeer moeilijk om personen bereid te vinden om als onderzoeker of OK-functionaris, zoals tijdelijk aangestelde bestuurders en commissarissen en beheerders van aandelen, aan de slag te gaan. De wet trachtte de positie van deze personen te verbeteren door onder meer te regelen dat de redelijke en in redelijkheid gemaakte kosten van verweer van onderzoekers en OK-functionarissen voor rekening kunnen komen van de rechtspersoon. Het doel van de wet op dit punt lijkt wel bereikt te zijn voor de positie van de onderzoeker, maar niet voor de positie van de OK-functionaris. Sommige respondenten merken in een vragenlijst namelijk op dat OK-functionarissen nog steeds het risico zouden lopen van aansprakelijkstelling.
  • Daarnaast blijkt uit deze vragenlijst dat de effecten van de Wet aanpassing enquêterecht op de aspecten doorlooptijd van de enquêteprocedure, kwaliteit van de enquêteprocedure – inclusief de onderzoeksfase – en hoeveelheid enquêteprocedures niet groot zijn.
  • Wat betreft andere (onbedoelde) effecten van de Wet aanpassing enquêterecht kwam uit literatuuronderzoek en de vragenlijst naar voren dat er een onevenredige beperking zou kunnen bestaan voor aandeelhouders van grote vennootschappen met aandelen met een lage nominale waarde. Door de wijziging van de ontvankelijkheidscriteria door de wetgever en door de verlaging van de nominale waarde van het aandeel door sommige vennootschappen naar één eurocent, is het nu lastiger voor aandeelhouders om een enquêteprocedure te starten, hetgeen niet de bedoeling van de wetgever is.

De Minister voor Rechtsbescherming heeft aangekondigd dat de resultaten van het onderzoek inhoudelijk zullen worden behandeld in een later dit jaar te verschijnen nota voortgang modernisering ondernemingsrecht.