BESCHIKKING VAN HET GRONDWETTELIJK HOF VAN 18 DECEMBER 2013 VERRUIMT VERNIETIGING AANGAANDE DE SOCIALE LASTEN UIT HET GRONDEN PANDENDECREET

Op 7 november 2013 heeft het Grondwettelijk Hof zich in twee arresten uitgesproken over het decreet Grond- en Pandenbeleid (verder ‘GPB’), m.n. aangaande het principe van wonen in eigen streek enerzijds, en de sociale lasten anderzijds.

Na haar arrest aangaande de sociale lasten (arrest nr. 145/2013) is het Grondwettelijk Hof tot inzicht gekomen dat een ruimere vernietiging dan eerst voorzien noodzakelijk was. Ten einde de sociale last volgend uit het Grond- en Pandendecreet geheel te doen verdwijnen, heeft het Grondwettelijk Hof op 18 december 2013 een beschikking geveld tot verbetering van haar eerder arrest van 7 november 2013. In aanvulling van de eerdere vernietiging, worden nu ook onder meer de artikelen 4.1.8 t/m 4.1.13 GPB vernietigd.

De verruimde vernietiging zorgt voor duidelijkheid en rechtszekerheid:

  • Ten aanzien van nieuwe of lopende aanvragen: stedenbouwkundige aanvragen of verkavelingsaanvragen welke worden beoordeeld na bekendmaking van het verbeterde arrest in het Belgisch Staatsblad zullen niet meer van rechtswege moeten voorzien in een sociaal woonaanbod volgend uit het decreet Grond- en Pandenbeleid. Aan de bescheiden last moet nog wel worden voldaan.

Het bindend sociaal objectief volgend uit art. 4.1.1 – 4.1.7 van het decreet blijft nog wel van kracht. Elke gemeente zal tegen 2020 (of 2025) nog steeds haar objectief van bijkomende sociale woningen moeten realiseren. Een sociale last kan niet meer aan een vergunning worden gekoppeld op basis van het decreet Grond- en Pandenbeleid, maar wel op basis van de algemene bepaling uit artikel 4.2.20 VCRO (RvS nr. 211.058, 7 februari 2011). Doch zal deze last redelijk moeten zijn en zal dus mogelijk lager moeten zijn dan de decretale percentages uit het Grond- en Pandenbeleid.

  • Ten aanzien van de reeds afgeleverde stedenbouwkundige vergunningen of verkavelingsvergunningen: op basis van artikel 18 van de Bijzondere Wet op het Grondwettelijk Hof is het mogelijk om binnen de zes maanden na bekendmaking van het arrest in het Belgisch Staatsblad via een administratief of rechterlijk beroep rechtsherstel te trachten te bekomen. Voor elk individueel geval moet worden bekeken welk nuttig rechtsherstel kan worden bekomen.