De rechtsregel uit het Varkens in Nood-arrest geldt voor alle belanghebbende partijen bij Aarhus-besluiten, dus niet alleen voor non gouvernementele organisaties. Bovendien geldt naar aanleiding van dat arrest ook niet langer de ‘onderdelenfuik’ in Aarhus-zaken.

Dat oordeelt de Rechtbank Gelderland op 26 februari 2021, in de eerste twee uitspraken (hier en hier) waarin een Nederlandse bestuursrechter inhoudelijk ingaat op de implicaties van het nu al klassieke Varkens in Nood-arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 14 januari 2021 (zie over dat arrest ons eerdere Stibbeblog).

In het Varkens in Nood-arrest oordeelde het Hof van Justitie dat artikel 6:13 Awb strijdig is met het Verdrag van Aarhus. In die zaak procedeerde een non-gouvernementele organisatie. Het bleef dus onzeker of die regel ook geldt als andere belanghebbenden procederen tegen Aarhus-besluiten. Ook gaf het Hof van Justitie geen oordeel over de houdbaarheid van een ‘onderdelenfuik’. De Rechtbank Gelderland hakt met deze twee uitspraken die knopen (voorlopig) door.

Waar gaan deze uitspraken over? 

Beide uitspraken van de rechtbank Gelderland gaan over dezelfde melkrundveehouderij waarvoor door het college van B&W van de gemeente Berkelland een omgevingsvergunning verleend voor “bouwen”, “gebruik in strijd met het bestemmingsplan” en “milieu”. Een aanvraag voor een omgevingsvergunning “natuur” is buiten behandeling gelaten omdat een aanvraag voor een vergunning op grond van de Nbw 1998 is ingediend voor de aanvraag voor de omgevingsvergunning.

Eisers zijn natuurlijke personen en belanghebbende bij het besluit. Een aantal van hen hebben in het geheel geen zienswijzen ingediend tegen het ontwerp-besluit (uitspraak 1: ECLI:NL:RBGEL:2021:935), en twee andere hebben wel zienswijzen ingediend maar niet met betrekking tot het onderwerp “natuur”, waarover zij in beroep wel gronden aanbrengen (uitspraak 2: ECLI:NL:RBGEL:2021:938).

Uitspraak 1: Het beroep van een belanghebbende kan niet meer niet-ontvankelijk worden verklaard omdat geen zienswijze over het ontwerpbesluit ingediend

In de eerste uitspraak (ECLI:NL:RBGEL:2021:935) komen twee belanghebbende natuurlijke personen op tegen het besluit tot verlening van de omgevingsvergunning. Zij hebben geen zienswijze ingediend over het ontwerpbesluit. Op grond van artikel 6:13 Awb zou hun beroep voor het Varkens in Nood-arrest dus niet-ontvankelijk zijn verklaard (de personenfuik). 

In het Varkens in Nood-arrest overwoog het Hof van Justitie (hierna: “Hof“) dat artikel 9 lid 2 van het Verdrag van Aarhus (hierna: “Verdrag“) zich ertegen verzet dat het beroep van belanghebbende non-gouvernementele organisaties niet-ontvankelijk wordt verklaard indien deze organisaties niet hebben deelgenomen aan de inspraakprocedure (afdeling 3.4 Awb, de uniforme openbare voorbereidingsprocedure). Hiermee was duidelijk dat de personenfuik in ieder geval niet meer kan worden toegepast op belanghebbende milieuclubs in zaken waarop het Verdrag van toepassing is.

In ons eerdere Stibbeblog schreven wij echter al dat de omstandigheid dat het arrest van het Hof alleen ziet op non-gouvernementele organisaties waarschijnlijk alleen is ingegeven door de feiten van het geding dat leidde tot de prejudiciële vragen die de Rechtbank Limburg aan het Hof stelde. Volgens ons rechtvaardigt het Verdrag zelf niet een onderscheid tussen groepen belanghebbenden ten aanzien van de werking van artikel 9 lid 2 van het Verdrag. De Rechtbank Gelderland lijkt die interpretatie van het arrest te delen en stelt:

“Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit deze overwegingen van het arrest van het Hof dat ook ten aanzien van het beroep van belanghebbende particulieren, zoals eisers [eiser] en [eiser], artikel 6:13 van de Awb niet kan worden toegepast, ook al heeft het arrest betrekking op non-gouvernementele organisaties. Ook voor particulieren geldt immers dat de inspraakprocedure een ander doel heeft dan het beroep in rechte en dus niet aan elkaar gekoppeld mag worden. Verder geldt artikel 9, tweede lid, van het Verdrag van Aarhus ook op gelijke wijze voor zowel non-gouvernementele organisaties als particulieren. Ook voor belanghebbende particulieren geldt dus dat het nuttig effect van deze bepaling niet kan worden bereikt wanneer hun beroep niet-ontvankelijk is wanneer zij de inspraakfase niet benut hebben.”

Hieruit volgt dus dat de personenfuik niet meer mag worden toegepast op belanghebbenden in zaken waarop het Verdrag van toepassing is.

Uitspraak 2: Het beroep van een belanghebbende kan niet meer niet-ontvankelijk worden verklaard door toepassing van de onderdelenfuik 

In de tweede uitspraak (ECLI:NL:RBGEL:2021:938) gaat het wederom om een aantal belanghebbende, natuurlijke personen. Zij stellen in beroep dat sprake is van een aanhakende omgevingsvergunning voor de activiteit “natuur”, zodat GS een verklaring van geen bedenkingen had moeten verlenen. Deze grond hebben zij echter niet in hun zienswijze over het ontwerpbesluit naar voren gebracht. Op grond van artikel 6:13 Awb zou hun beroep voor het Varkens in Nood-arrest dus niet-ontvankelijk zijn verklaard (de onderdelenfuik).

De Rechtbank Gelderland overweegt in de eerste plaats – zoals in uitspraak 1- dat de personenfuik ook niet meer kan worden toegepast op belanghebbende natuurlijke personen. Vervolgens overweegt de rechtbank dat uit het Varkens in Nood-arrest eveneens volgt dat “de vaste jurisprudentie dat een belanghebbende geen beroep kan instellen tegen besluitonderdelen waarover hij geen zienswijze naar voren heeft gebracht, niet langer kan worden toegepast.”

De rechtbank beargumenteert dat in de eerste plaats door te verwijzen naar de overwegingen van het Hof over het verschil tussen inspraak en rechtsbescherming en het nuttig effect van artikel 9 lid 2 van het Verdrag. In de tweede plaats wijst de rechtbank erop dat een te beperkte uitleg van het Varkens in Nood-arrest ertoe kan leiden dat:

“(…) belanghebbenden die geheel niet deelnemen aan de inspraakprocedure tegen alle onderdelen van het besluit in beroep kunnen komen, terwijl belanghebbenden die wel deelnemen aan de inspraak, maar niet op alle onderdelen, tegen bepaalde onderdelen niet in beroep zouden kunnen. Daardoor zouden belanghebbenden die geheel niet meedoen aan de inspraakprocedure in een gunstiger positie komen dan belanghebbenden die dat deels wel doen. Dat kan naar het oordeel van de rechtbank niet de bedoeling zijn.”

Hieruit volgt dus dat de onderdelenfuik niet meer kan worden toegepast op belanghebbenden in zaken waarop het Verdrag van toepassing is.

Afsluitende opmerkingen

Het is wachten op een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State over deze kwesties. Hoe dan ook zal de wetgever aan zet zijn om de gevolgen van het Varkens in Nood-arrest aan te pakken. Dat zal bijvoorbeeld kunnen door in de voorbereiding van besluiten waarop het Verdrag van toepassing is, vroegtijdige inspraak in te bouwen en vervolgens de uniforme voorbereidingsprocedure te vervangen door de bezwaarprocedure.