Vandaag, 18 juni 2014, is de gewijzigde Wet natuurbescherming naar de Tweede Kamer gestuurd. Uitgangspunt van de wijziging is, volgens het persbericht, “een goede bescherming van de biodiversiteit in Nederland zonder de lasten te verhogen”.

Het vorige kabinet had al in september 2012 een wetsvoorstel voor een Wet natuurbescherming bij de Tweede Kamer ingediend. Dit wetsvoorstel integreert de drie natuurwetten (de Natuurbeschermingswet 1998, Flora- en faunawet en Boswet) tot één wet en beoogt beter aan te sluiten bij de Europese richtlijnen over natuurbescherming. In het regeerakkoord was echter neergelegd dat het wetsvoorstel aanpassing behoefde. Sindsdien lag het wetgevingstraject stil. Tot vandaag.

Vandaag is de langverwachte Nota van Wijziging aan de Tweede Kamer aangeboden.

In het persbericht legt de staatssecretaris de nadruk op drie punten, namelijk:

  • Mooi Nederland: de provincies krijgen de wettelijke plicht hun natuurbeleid vast te leggen en kunnen zelf gebieden aanwijzen die belangrijk zijn voor de natuur in die provincie.
  • Diversiteit aan soorten planten en dieren: in het oorspronkelijke wetsvoorstel waren de provincies verantwoordelijk voor de actieve bescherming van de soorten binnen het natuurnetwerk Nederland (de EHS) en het Rijk voor de natuur daarbuiten. Met de nota van wijziging krijgen de provincies de zorg voor de bescherming in het hele gebied.
  • Damhert en wild zwijn van jachtlijst geschrapt: in het oorspronkelijke wetsvoorstel werden aan de jachtlijst onder andere het damhert en het wilde zwijn toegevoegd. Dit wordt geschrapt. De jacht wordt alleen planmatig toegestaan op eenden, fazanten, houtduiven, hazen en konijnen. Ook kan de jacht enkel nog toegepast worden voor beheer en schadebestrijding.

In de toelichting bij de Nota van Wijziging worden de volgende acht wijzigingen beschreven:

  1. Geëxpliciteerd wordt dat de natuur intrinsiek waarde toekomt, en niet enkel vanwege de waarde die zij voor mensen heeft. Dat gegeven is essentieel voor beleids- en besluitvorming.
  2. De bepaling over de nationale natuurvisie wordt aangescherpt, onder meer om het ruime toepassingsbereik ervan te te onderstrepen.
  3. Om samenhang van het natuurbeleid op provinciaal niveau te borgen alsook de doorwerking van de kaders en ambities die zijn gesteld op nationaal niveau, wordt in het wetsvoorstel – in aansluiting op het nieuwe omgevingsrecht – voorzien in een verplichte provinciale natuurvisie.
  4. Niet alleen passieve bescherming maar ook actieve maatregelen zijn aangewezen om soorten en hun leefgebieden in een gunstige staat van instandhouding te brengen en te behouden. De verantwoordelijkheid wordt eenduidig bij de provincies neergelegd. De voorgestelde bepaling bevat ook de mogelijkheid voor de aanduiding van gebieden als “bijzondere provinciale natuurgebieden” door provincies. Zij kunnen zonodig die gebieden beschermen met de instrumenten van het omgevingsrecht.
  5. Mede met oog op het actieve natuurbeleid is de bepaling inzake de programmatische aanpak aangescherpt, onder meer ten aanzien van de eisen aan de inhoud van een programma. In het kader van een programmatische aanpak kan ook in een vrijstelling van de vergunningplicht worden voorzien voor activiteiten waarvan de effecten voor Natura 2000-gebieden onder een bepaalde grenswaarde blijven.
  6. De jacht wordt ingebed in een zorgvuldige aanpak gericht op populatiebeheer en schadebestrijding. De lijst met bejaagbare soorten wordt teruggebracht ten opzichte van het wetsvoorstel zoals dat bij de Tweede Kamer is ingediend, tot de huidige lijst van de Flora- en faunawet.
  7. Met de opbrengst van houtige biomassaplantages kan worden voorzien in de stijgende vraag naar houtige biomassa voor duurzame energieopwekking en voor de biobased economy. Vanwege de tijdelijk aard van deze plantages is de herbeplantingsplicht niet bedoeld voor dergelijke plantages en zou zij ontmoedigend werken. Er is derhalve hiervoor een uitzondering opgenomen in het wetsvoorstel.
  8. Activiteiten die de natuur kunnen schaden moeten door het bevoegd gezag volledig worden getoetst. De in het wetsvoorstel zoals dat bij de Tweede Kamer is ingediend opgenomen ‘lex silencio positivo’-voorziening voor enkele categorieën van vergunningen en ontheffingen past hier niet bij en vervalt daarom.

Gisteren, 17 juni 2014, is ook de Omgevingswet bij de Tweede Kamer ingediend. In de toelichting bij deze Nota van Wijziging wordt dan ook ingegaan op de samenhang tussen de Omgevingswet en de Wet natuurbescherming. De bedoeling is dat de wetgeving die is gericht op het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en goede omgevingskwaliteit alsmede op het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke functies, wordt vereenvoudigd en wordt samengebracht in één integrale Omgevingswet. Het kabinet heeft daarom het voornemen om de integratie van de Wet natuurbescherming in de Omgevingswet te laten plaatsvinden op het moment van inwerkingtreding van de Omgevingswet.

Ook wordt ingegaan op gewenste datum van inwerkingtreding, namelijk 2015. Het kabinet acht het wenselijk dat de natuurwetgeving op korte termijn wordt gemoderniseerd en heeft daarom besloten tot het doorzetten van het onderhavige, zelfstandige wetstraject, zodat de Wet natuur-bescherming in 2015 kracht van wet kan verkrijgen.