Belanghebbende was eigenaar van een perceel met een recreatiewoning (een mobiel chalet). Het chalet was geplaatst op een fundering van houten balken en aan de onderkant was een houten bekisting geplaatst. Het chalet was tevens aangesloten op riolering, nutsvoorzieningen en kabel. Belanghebbende verhuurde het chalet als recreatiewoning. In 2010 verkocht belanghebbende het chalet.

Rechtsvraag een belang

In geschil is of het chalet voor de heffing van btw kwalificeert als een onroerende zaak. Zo niet, dan is (alsnog) btw verschuldigd bij verkoop van het chalet.

Beoordeling door het hof

Hof Den Bosch oordeelt dat het chalet voor de btw als onroerend kwalificeert omdat er een risico was op het uiteenvallen van het chalet en het chalet niet zonder inspanningen te verwijderen was. Het chalet kon niet gemakkelijk verwijderd worden vanwege enerzijds het lopende huurcontract en anderzijds de aftimmering, nu hier tegenaan zand gestort was en bestrating gelegd was. Bij verwijdering van het chalet zouden de kosten aanzienlijk zijn. Het chalet, de tuin en het erf vormden een functionele en economische eenheid die in zijn geheel aan te merken viel als levering van een onroerende zaak. Tegen dit oordeel van het hof is cassatieberoep ingesteld.

Praktijkbelang

Met name de overweging van het hof dat het feit dat een lopende huurovereenkomst is aangegaan meeweegt in de beoordeling of een zaak roerend of onroerend is, komt ons vreemd voor en kan van belang zijn voor discussies in de praktijk.