Op 28 september 2017 werd de saga omtrent het Lucky4All spel definitief beslecht bij arrest van het hof van beroep te Antwerpen. De zaak ging over de vraag of het Lucky4All spel een piramidesysteem vormt in de zin van artikel VI.100, 14° van het Wetboek Economisch Recht (‘WER’) (toenmalig artikel 91, 14° WMPC), en derhalve verboden is als oneerlijke handelspraktijk.

Eerder had het hof te Antwerpen op verzoek van de Nationale Loterij bij tussenvonnis[1] alvast geoordeeld dat de belofte van een economisch voordeel aanwezig is bij het Lucky4All spel en dat de verwezenlijking ervan afhangt van de toetreding van nieuwe consumenten tot het spel. Het spel voldoet derhalve al aan minstens twee van de drie voorwaarden om van een piramidesysteem te spreken.

Over de derde en laatste voorwaarde (dat de vergoeding ‘eerder moet voorkomen uit het aanbrengen van nieuwe consumenten in het systeem dan uit de verkoop of het verbruik van producten’) werd door het hof een prejudiciële vraag gesteld aan het Hof van Justitie. Deze laatste antwoordde[2] dat hiervoor een indirecte band tussen de door de nieuwe leden verrichte betalingen en de door de bestaande leden ontvangen vergoedingen volstaat.

Het hof van beroep oordeelde vervolgens dat deze indirecte band aanwezig is bij het Lucky4All spel aangezien de uitkering naar de top van de piramide hoofdzakelijk voortkomt uit de winsten van de inzetten van de nieuwe toestromende deelnemers (en derhalve indirect uit hun bijdrage), en niet uit het verbruik van de door die spelers zelf aangekochte lottocombinaties. Deelnemers die later toetreden hebben dan ook principieel recht op minder winsten. De derde voorwaarde van een piramidesysteem is aldus vervuld. Het hof van beroep besloot dat de kenmerken van Lucky4All het spel aldus tot schoolvoorbeeld van een piramidesysteem maken in de zin van bijlage 1 van de richtlijn oneerlijke handelspraktijken[3] en artikel VI.100, 14° WER (i.e. de ‘zwarte lijst’ van oneerlijke handelspraktijken).

Het hof van beroep merkte daarnaast o.m. op dat het spel weldegelijk een handelspraktijk uitmaakt. Een handelspraktijk kan immers ook betrekking hebben op (de bevordering van de verkoop van) andermans producten. Lucky4All beoogt de verkoop van lottoproducten te bevorderen en kwalificeert aldus als een handelspraktijk. Tot slot werd het Lucky4All spel onderscheiden van een toegelaten lottogroepspel waarbij het risico gelijkmatig onder de deelnemers wordt verdeeld.