Aandeelhouders en certificaathouders hebben op grond van art. 2:114a BW agenderingsrecht. Maar kunnen zij ook op de algemene vergadering een (informele) stemming afdwingen over een onderwerp dat niet tot de bevoegdheid van de algemene vergadering behoort? Deze vraag stond centraal in een arrest van de Hoge Raad van 20 april 2018 tussen Boskalis en Fugro.

Fugro is een beursgenoteerde onderneming die actief is in een groot aantal landen op het terrein van bodemonderzoek. De aandelen van Fugro zijn gecertificeerd en deze certificaten zijn genoteerd. Ten tijde van de voor het arrest relevante feiten hield Boskalis een belang van ruim 28% in Fugro.

Fugro hanteert drie beschermingsconstructies. Tegen één van deze beschermingsconstructies op het niveau van twee in Curaçao gevestigde dochtermaatschappijen heeft Boskalis bezwaar gemaakt (de zogenaamde Antilliaanse beschermingsconstructie).

Boskalis en Fugro zijn het er over eens dat het besluit tot intrekking van de Antilliaanse beschermingsconstructie niet tot de bevoegdheid van de algemene vergadering behoort, maar daar wel besproken kan worden. Boskalis en Fugro verschillen echter van mening over de vraag of Boskalis over de intrekking van de Antilliaanse beschermingsconstructie een stemming op de aandeelhoudersvergadering kan afdwingen, ook al zou deze stemming niet bindend zijn maar het karakter hebben van een aanbeveling. Fugro weigert echter de stemming (met het karakter van een aanbeveling) te agenderen. Boskalis wendt zich tot de rechter.

In kort geding hebben zowel de voorzieningenrechter als het hof - samengevat - geoordeeld dat Fugro niet gedwongen kan worden een stemming over de ontmanteling van de Antilliaanse beschermingsconstructie te agenderen. Ook de Hoge Raad geeft Fugro gelijk.

Allereerst herhaalt de Hoge Raad de rechtsregel dat het bestuur in beginsel verantwoordelijk is voor het bepalen van het beleid en de strategie van de vennootschap en de met haar verbonden onderneming, onder toezicht van de RvC. De algemene vergadering kan haar opvattingen in dit verband tot uitdrukking brengen door uitoefening van de haar in de wet en de statuten toegekende bevoegdheden. Het bestuur legt verantwoording van zijn beleid af aan de algemene vergadering, maar is niet verplicht – behoudens afwijkende wettelijke of statutaire bepalingen – de algemene vergadering vooraf in haar besluitvorming te betrekken of de algemene vergadering te consulteren.

In het licht van het voorgaande kunnen de in art. 2:114a BW bedoelde aandeelhouders en certificaathouders de vennootschap niet verplichten een onderwerp dat een aangelegenheid is van het bestuur ter stemming op te nemen in de agenda van de algemene vergadering, ongeacht of die stemming rechtsgevolg heeft en hoe die stemming ook wordt aangeduid. Ook de Aandeelhoudersrechtenrichtlijn dwingt niet tot een andere conclusie, aldus de Hoge Raad.

Kortom, Boskalis mag als aandeelhouder van Fugro het bestuur verzoeken de Antilliaanse beschermingsconstructie van Fugro of een ander onderwerp dat een aangelegenheid is van het bestuur, als bespreekpunt agenderen op de algemene vergadering, maar het bestuur is niet verplicht om hierover een stemming te laten plaatsvinden. Dat het verzoek is geformuleerd als een informele stemming, aanbeveling, motie of peiling maakt dit niet anders. Boskalis zou zich als certificaathouder anders begeven op het terrein van het beleid en de strategie van Fugro komen, welke terreinen zijn voorbehouden aan het bestuur van Fugro.

Voor meer informatie verwijzen wij ook naar de annotatie (JOR 2018/142 ) die Fons Leijten onder dit arrest schreef in het tijdschrift Jurisprudentie Onderneming & Recht (JOR).