Afgelopen week werd bekend dat de Tweede Kamer wil dat bij de renovatie van het Binnenhof de gasinstallaties worden vervangen door duurzamere alternatieven. Dit volgt op eerdere berichtgeving dat consumenten zo spoedig mogelijk naar een duurzame warmtepomp moeten overschakelen. Al deze plannen komen voort uit het Nationale Energieakkoord waarvoor Minister Wiebes van Economische Zaken en Klimaat in februari de opzet uit de doeken deed. Wiebes wil alle stakeholders mobiliseren om samen de klimaatdoelstellingen te halen. Maar al voordat de inkt van dit ambitieuze en weldoordachte plan droog was, besloot de Autoriteit Consument & Markt (ACM) een eigen koers te varen. Niet omdat ze het onderwerp niet belangrijk vinden - de ACM noemde in februari de energietransitie nog één van haar vier speerpunten voor 2018 en 2019. De echte reden lijkt een korte termijn visie met een snufje bureaucratie.

Wat speelde er? In januari wees de ACM een handhavingsverzoek af van Heijmans, één van de grote bouwers in Nederland. Heijmans had dat ingediend nadat zij er achter waren gekomen dat de verplichte aansluiting op het warmtenet van huizen die zij in de gemeente Dordrecht aan het bouwen waren ruim vijf keer duurder was dan de wet voorschreef. Het hiervoor verantwoordelijk bedrijf - HVC Energie B.V - had eerder van de gemeente Dordrecht het alleenrecht op de aansluitingen gekregen. Voor Heijmans was het glashelder: HVC, monopolist op het gebied van warmteaansluitingen in Dordrecht, maakte met deze excessieve prijzen misbruik van haar machtspositie. Voor de ACM was het ook helder. Het verzoek werd namelijk zonder inhoudelijke behandeling afgewezen met - kortgezegd - de volgende argumenten: het aantal geraakte consumenten zou klein zijn en de hoeveelheid tijd en moeite van onderzoek zouden de resultaten voor de consument niet rechtvaardigen. Het maatschappelijk belang, aldus de ACM, was maar gering.

In het licht van het Nationale Energieakkoord én de speerpunten van de ACM stelt deze aanpak teleur. Deze zaak maakt immers duidelijk dat de energietransitie - en het halen van milieudoelstellingen - onmogelijk is zonder goede concurrentie. Anders geformuleerd: als monopolisten hoge prijzen mogen rekenen voor hun aandeel in de energietransitie - bijvoorbeeld bij de aansluiting op het warmtenet - dan wordt die onbetaalbaar. Het is juist aan het begin van het transitieproces van groot maatschappelijk belang om duidelijk te maken welke randvoorwaarden hier moeten gelden. Dat de verhouding resultaat en inspanning spaak zou lopen, legt een bureaucratisch karakter bloot dat bij de uitvoer van zoiets ambitieus als een energietransitie gemist kan worden als kiespijn. Bovendien: met één onderzoek naar het vermeende misbruik van HVC's machtspositie had de ACM een voorbeeld voor de toekomst kunnen geven, in elk geval voor de rest van de 200.000 woningen en andere gebouwen die per jaar aardgasvrij moeten worden gemaakt.

Maar belangrijker: door deze zaak wel de volle aandacht te geven, had de ACM duidelijk kunnen maken dat zij zich bewust is van haar rol en verantwoordelijkheid in de energietransitie. Ook had men door het goede voorbeeld te geven de andere stakeholders - overheden, consumenten en het bedrijfsleven - kunnen inspireren dat ook te doen, wat de onderlinge samenwerking en dus de onderhandelingen een boost zou hebben gegeven.

Laten we hopen dat het voorbeeld dat de ACM nu geeft geen navolging krijgt. Alle betrokken partijen moeten zich realiseren dat concurrentie in de energietransitie een absolute noodzaak is om die te laten slagen.