In dit blog geef ik uitleg over de nieuwe richtlijn kinderalimentatie.

De werkgroep Alimentatienormen heeft een uit vijf stappen bestaande rekenmethode ontwikkeld:

Stap 1: bereken netto besteedbaar inkomen (NBI) voor behoefte én draagkracht van ieder van de partijen;

Stap 2: bereken behoefte van de kinderen aan de hand van de tabel eigen aandeel kosten kinderen alsmede de zorgkorting;

Stap 3: bereken de draagkracht van iedere onderhoudsplichtige;

Stap 4: koppeling behoefte en draagkracht en bekijk of de zorgkorting (volledig) toegepast kan worden;

Stap 5: is een beroep op de aanvaardbaarheidstoets mogelijk?

Uitgangspunt is bij de nieuwe richtlijn is dat er één hoofdverzorger is die de verblijf overstijgende kosten voor zijn of haar rekening neemt en dat de niet-verzorgende ouder een zorgkorting krijgt  voor de kosten die hij/zij in natura voor zijn/haar rekening neemt.

Voor een nadere uitleg en rekenvoorbeelden verwijs ik ook naar de publicatie van de werkgroep die terug te vinden op: rechtspraak.nl.

Stappen 1 en 2

Stap 1 is in feite niet anders geworden ten opzicht van hoe het was. Het netto besteedbaar inkomen van ieder van de partijen dient te worden berekend, zowel tijdens huwelijk als na echtscheiding. Fiscale aspecten (hypotheekrenteaftrek, bijtelling leaseauto, etc.) blijven buiten beschouwing. Ook moet duidelijk zijn of tijdens het huwelijk een kindgebonden budget werd ontvangen. Aan de hand van dit NBI van de partijen samen en de leeftijd van de kinderen kan worden berekend wat de zgn. behoefte van de kinderen is (stap 2). Hierop strekt in mindering het kindgebonden budget dat de ouder ontvangt na echtscheiding bij wie het kind staat ingeschreven. Het resultaat van die rekensom is het eigen aandeel dat beide ouders dienen bij te dragen in de kosten van de kinderen. De vraag is dan vervolgens in welke verhouding ieder van de ouders dient bij te dragen.

Stap 3

Aan de hand van het NBI na echtscheiding dient met behulp van een draagkrachttabel van ieder van de partijen de draagkracht te worden vastgesteld (stap 3). De uitkomst van de tabel aan de zijde van de alimentatieplichtige wordt verhoogd met het te genieten fiscaal voordeel wegens betaalde kinderalimentatie. Een alimentatieplichtige kan aanspraak maken op dit voordeel indien zijn bijdrage (in cash of natura) het minimumbedrag van € 136,- per maand te boven gaat.

Stap 4

Vervolgens moet onderzocht worden of recht bestaat op een zorgkorting. Dit is een nieuwe term. Er wordt rekening gehouden met een zorgkorting van 15 tot 35 %. De hoogte van het percentage zal worden vastgesteld aan de hand van de feitelijke zorg die de alimentatieplichtige voor zijn/haar rekening neemt. Verder zal alleen met de zorgkorting rekening worden gehouden als er voldoende draagkracht is om volledig te voorzien in de kosten van de kinderen. Als er een tekort aan draagkracht is, wordt dit tekort verdeeld over beide ouders en kan dit tot gevolg hebben dan een deel van de zorgkorting buiten beschouwing blijft.

Aan de hand van de draagkracht en de zorgkorting alsmede het tekort aan draagkracht en de behoefte (stap 2) wordt berekend wat de te betalen kinderalimentatie is.

Stap 5

Als de alimentatieplichtige het niet eens is met de uitkomst die volgt uit stappen 1 tot en met 4, dan zal hij/zij een beroep moeten doen op de aanvaardbaarheidstoets. Hij/zij zal moeten stellen en onderbouwen dat het berekende bedrag in strijd is met de wettelijke maatstaven omdat zijn feitelijke draagkracht een dergelijke bijdrage niet toelaat. Het gaat er daarbij om een goed en volledig inzicht te geven van de financiële positie van de alimentatieplichtige. Het is dus zaak om dit goed voor te bereiden en alle stukken op eigen initiatief aan de rechter te overleggen.

Bij de toepassing van de aanvaardbaarheidstoets dient overigens de rechter de bestaande jurisprudentie op het gebied van inkomen, fictieve draagkracht en schulden uiteraard wel tot zijn recht te laten komen.

Wat betekent de richtlijn voor u?

Moet u na 1 april meer of juist minder kinderalimentatie gaan betalen of gaat u juist meer of minder ontvangen? Wilt u weten wat de invoering van deze richtlijn voor u betekent?

Ten eerste zal, om die vraag te kunnen beantwoorden, worden bekeken of de richtlijn in uw situatie wel van toepassing is.

Immers, in de overgangsregeling is duidelijk kenbaar gemaakt dat de nieuwe rekenmethodiek volgens de werkgroep in het rapport 2013-II geen aanleiding is om zonder wijziging van omstandigheden de nieuwe wijze van berekening toe te passen. Er moet dus ook iets ‘anders’ gewijzigd zijn. Als blijkt dat dit het geval is, kan worden bezien welke bijdrage u verschuldigd bent op grond van de nieuwe richtlijn. Bekeken kan worden of het dan in uw belang is om dit aan de orde te stellen.

Als dat duidelijk is, dan kan worden bezien of het mogelijk is om in onderling overleg een regeling te treffen met de andere partij. Mocht dit niet mogelijk zijn dan kan de rechter om een oordeel worden gevraagd.