Het jaar 2019 is afgesloten met de inwerkingtreding van een belangrijk ondernemingsrechtelijke wetsvoorstel: de implementatie van de herziene aandeelhoudersrichtlijn. De meeste lopende wetgevingstrajecten zijn echter nog niet afgerond. Deze nieuwsbrief geeft een overzicht van de laatste stand van zaken van de belangrijkste wetsvoorstellen op ondernemingsrechtelijk gebied. Het sluit af met een terugblik op de implementatie van de herziene aandeelhoudersrichtlijn.

Wet bestuur en toezicht rechtspersonen

Op 28 januari 2020 is het voorstel voor de Wet bestuur en toezicht rechtspersonen aangenomen door de Tweede Kamer. Het wetsvoorstel moet de bestaande regeling voor bestuur en toezicht bij verenigingen, coöperaties, onderlinge waarborgmaatschappijen en stichtingen verduidelijken. Er wordt aangesloten bij de bestaande regels voor de NV en de BV in het BW. Ook wordt het mogelijk bij verenigingen en stichtingen een RvC in te stellen en kan bij alle rechtspersonen voor een monistisch bestuurssysteem worden gekozen. Voor de vereniging, de coöperatie, de onderlinge waarborgmaatschappij en de stichting komt meer duidelijkheid over:

  • uitgangspunten die bestuurders en commissarissen bij de vervulling van hun taak in acht moeten nemen;
  • de positie van bestuurders en commissarissen met een tegenstrijdig belang; en
  • regels over aansprakelijkheid van bestuurders en commissarissen.

Voor de stichting wordt de regeling voor ontslag van een stichtingsbestuurder door de rechter verduidelijkt.De Tweede Kamer heeft tevens drie amendementen en een motie (verzoek aan de regering) aangenomen:

  • amendement tot het gelijkluidend maken van de belet- en ontstentenisregeling voor alle rechtspersonen;
  • amendement tot het voor alle rechtspersonen verbieden dat één bestuurder of commissaris meer stemmen kan uitbrengen dan de andere bestuurders of commissarissen gezamenlijk;
  • amendement tot het invoeren van een evaluatiebepaling zodat de wet vijf jaar na de invoering ervan wordt geëvalueerd;
  • motie met het verzoek de gevolgen van de wet actief te communiceren aan bestaande verenigingen en stichtingen.

Op 11 februari 2020 wordt de procedure binnen de Eerste Kamer besproken. Als de commissieleden geen inbreng hebben, kan de Eerste Kamer vrij snel tot stemming overgaan. Het is nog niet duidelijk wanneer dat precies zal plaatsvinden, maar gezien de huidige stand van zaken, is inwerkingtreding op 1 juli 2020 haalbaar.

Inroepen wettelijke bedenktijd door het bestuur van een beursvennootschap

Op 18 december 2019 is het wetsvoorstel ten behoeve van het inroepen van een bedenktijd door het bestuur van een beursvennootschap ingediend bij de Tweede Kamer. Een beursonderneming die te maken krijgt met aandeelhoudersactivisme of een vijandige overname kan een bedenktijd van maximaal 250 dagen inroepen, mits de RvC, indien aanwezig, dit goedkeurt. Gedurende de bedenktijd vergaart het bestuur alle informatie die nodig is voor een zorgvuldige beleidsbepaling en dient zij in ieder geval de aandeelhouders te raadplegen die ten minste 3% van het geplaatste kapitaal vertegenwoordigen alsmede de OR. Ook is de bevoegdheid van de algemene vergadering tot benoeming, schorsing of ontslag van een bestuurder of commissaris (dan wel de wijziging van statutaire bepalingen hieromtrent) opgeschort tijdens de bedenktijd. Na de periode dient verantwoording te worden afgelegd aan de aandeelhouders over het gevoerde beleid. Aandeelhouders die ten minste 3% van het geplaatste kapitaal vertegenwoordigen kunnen de rechter verzoeken de bedenktijd te beëindigen.

Ten opzichte van de 180 dagen responstijd uit de Corporate Governance Code biedt de wettelijke bedenktijd meer rechtszekerheid, aldus de wetgever. Verder is de duur van de bedenktijd langer en bestaat de mogelijkheid om de bedenktijd ook in te roepen bij een openbaar bod. Er bestaat hiermee overlap tussen beide opties, waarbij de wettelijke bedenktijd voorgaat op de regeling van de responstijd. Het wordt aan de rechter overgelaten om het gebruik van de bedenktijd te verrekenen met het gebruik van andere beschermingsmaatregelen die gericht zijn benoeming, schorsing of ontslag van bestuurders of commissarissen of op overnames. Zie voor meer informatie onze nieuwsbrief van december 2018. Er is geen inwerkingtredingsdatum bekend, maar inwerkingtreding eind 2020 of begin 2021 is haalbaar.

Wet ongewenste zeggenschap telecommunicatie

Op 4 maart 2019 is het wetsvoorstel ongewenste zeggenschap telecommunicatie ingediend bij de Tweede Kamer. Zie voor een korte toelichting onze nieuwsbrief van 14 maart 2019. Op 20 december 2019 zijn een enkele wijzigingen in het wetsvoorstel aangebracht, waaronder:

  • uitzondering op meldplicht ten behoeve van beschermingsstichtingen;
  • toevoeging mogelijkheid van minister van EZK om mitigerende maatregelen aan de betrokken ondernemingen op te leggen zodat een verbod opgeschort wordt onder naleving van deze voorwaarden;
  • toevoeging drempelwaarde in geval van een combinatie van diensten, waarbij bij overschrijding sprake is van ‘relevante’ invloed ook al overschrijdt geen enkele dienst afzonderlijk de drempelwaarde;
  • toevoeging mogelijkheid om ook voorafgaand aan het ontstaan van overwegende zeggenschap onderzoek te laten doen naar de identiteit van een aandeelhouder.

De definitie van ‘relevante invloed’ wordt nader uitgewerkt bij AMvB. Het Besluit ongewenste zeggenschap telecommunicatie is hiertoe op 19 december 2019 ter consultatie voorgelegd (tot 21 februari 2020). De plenaire behandeling van het wetsvoorstel vindt op 4 februari plaats. Als het wetsvoorstel dan wordt aangenomen, zal de behandeling worden voortgezet door de Eerste Kamer. Gezien de huidige stand van zaken is inwerkingtreding eind 2020 mogelijk.

Uitvoeringswet screeningsverordening buitenlandse directe investeringen

Op 10 april 2019 is de Verordening (EU) 2019/452 tot vaststelling van een kader voor de screening van buitenlandse directe investeringen in de Unie in werking getreden. Met ingang van 11 oktober 2020 zal de Verordening van toepassing zijn. Ondanks dat een verordening rechtstreekse werking heeft, is er eind 2019 een ontwerpvoorstel ter implementatie van de Verordening voorgelegd. Dit omdat de Verordening enkel de mogelijkheid schept voor lidstaten mechanismes voor het screenen van buitenlandse directe investeringen te handhaven, te wijzigen of vast te stellen om redenen van de veiligheid of openbare orde op hun grondgebied. Het ontwerpvoorstel introduceert geen nieuwe Nederlandse investeringstoetsen of screeningsmechanismen, en wijzigt niets in bestaande screeningsmechanismen. Het ontwerpvoorstel regelt:

i) handhaving van de niet-naleving van voorgenoemde verplichting; ii) het opzetten van een contactpunt; iii) de bevoegdheid tot verwerking, verzameling en verstrekking van informatie.

Dit zijn slechts de elementen die noodzakelijk zijn om de effectieve werking van de Verordening te waarborgen en Nederland te laten voldoen aan de verplichtingen uit de Verordening.

Verder bevat het voorstel nog een wijziging van het wetsvoorstel 'Wet ongewenste zeggenschap telecommunicatie'. Het stelt voor de meldingstermijn te verlengen indien een dergelijke melding onder de reikwijdte van de Verordening valt. De consultatie liep tot 14 januari 2020 en het ontwerpvoorstel zal naar verwachting uiterlijk 11 oktober 2020 in werking treden. Voor meer achtergrondinformatie, zie ons blog van december 2019.

Overigens zal nadere uitwerking van het stelsel van investeringstoetsing via een apart wetsvoorstel plaatsvinden, waarbij de ruimte en handreikingen die de Verordening biedt om investeringstoetsen in te richten (bijvoorbeeld ten aanzien van de beoordelingscriteria) zal worden benut. De inwerkingtreding hiervan is mogelijk in de loop van het jaar 2021, aldus de minister van EZK.

Begin 2019 is een ontwerpvoorstel tot modernisering van de personenvennootschappen ter consultatie voorgelegd. Volgens de planning van het ministerie van Justitie en Veiligheid van 2019 zou het wetsvoorstel in het laatste kwartaal van 2019 worden ingediend. Dit is niet gebeurd. Wellicht vanwege de 34 reacties op het voorstel met aardig wat vragen en opmerkingen (waaronder de onze). De planning van 2020 bevat geen verwachte timing. Wij verwachten dat in 2020 alsnog een wetsvoorstel zal worden ingediend.

Wet aanpassing geschillenregeling en enquêteprocedure

Tot eind november 2019 is een ontwerpvoorstel tot aanpassing van de geschillenregeling en verduidelijking van de ontvankelijkheidseisen van de enquêteprocedure ter consultatie voorgelegd. Dit bestaat uit de volgende voorstellen:

  1. Aanpassing geschillenregelingDe gronden voor uitstoting en uittreding worden verruimd. Zo kan volgens het ontwerpvoorstel ook gedrag van een aandeelhouder in een andere hoedanigheid (zoals die van bestuurder) door de rechter worden meegenomen in zijn belangenafweging bij een vordering tot uitstoting. Voor uittreding wordt het criterium vereenvoudigd met de gedragsnorm van redelijkheid en billijkheid. Een dergelijke vordering kan volgens het ontwerpvoorstel niet worden toegewezen indien de vennootschap of een medeaandeelhouder een onherroepelijk, onvoorwaardelijk en redelijk bod tot overname van zijn aandelen heeft gedaan dat met voldoende waarborgen is omkleed.
  2. Verduidelijking toegangseisen enquêteprocedure Er wordt een aparte ontvankelijkheidseis voor toegang tot de enquêteprocedure geïntroduceerd voor aandeelhouders (en certificaathouders) van beursgenoteerde vennootschappen met een geplaatst kapitaal lager dan € 22,5 miljoen. Hierdoor kan de toegang niet worden belemmerd door het hanteren van een laag nominaal aandelenkapitaal. Aandeelhouders die ten minste 1% van het geplaatste kapitaal vertegenwoordigen of die ten minste een beurswaarde van € 20 miljoen vertegenwoordigen kunnen zodoende ook om een enquête verzoeken. Voor aandeelhouders van beursvennootschappen met een geplaatst kapitaal van meer dan € 22,5 miljoen blijven de toegangseisen ongewijzigd.

Het is nog niet bekend wanneer een wetsvoorstel bij de Tweede Kamer zal worden ingediend. Wij verwachten wel dat het wetsvoorstel de eindstreep gaat halen, mogelijk al eind 2020, maar waarschijnlijk pas in 2021.

Implementatiewet UBO-register

Op 10 december 2019 is de Implementatiewet registratie uiteindelijk belanghebbenden van vennootschappen en andere juridische entiteiten aangenomen door de Tweede Kamer. De implementatiewet vloeit voort uit de vierde en vijfde anti-witwasrichtlijn en introduceert de verplichting tot het hebben, bijhouden en centraal registreren van informatie over de uiteindelijk belanghebbenden (‘ultimate beneficial owners’: UBO's) van in Nederland opgerichte vennootschappen en andere juridische entiteiten. Er zijn door de Tweede Kamer tevens twee amendementen en drie moties (verzoeken aan de regering) aangenomen:

  1. Amendement tot het vervallen van de vrijstelling voor kerkgenootschappen;
  2. Amendement tot registratieverplichting (identificatie vooraf) van iedereen die toegang krijgt en inzicht voor iedere UBO over hoe vaak hij/zij is opgezocht;
  3. Motie tot het monitoren van de gevolgen op het gebied van privacy van de invoering van het UBO-register voor algemeen nut beogende instellingen (anbi’s), en de Kamer hierover een jaar na vulling van het UBO-register te informeren;
  4. Motie tot het oproepen van besturen van anbi’s om het gehele statutaire bestuur in het UBO-register in te schrijven conform de inschrijving in het Handelsregister;
  5. Motie tot uitvoeren van een evaluatie van de impact op de privacy van de UBO na één jaar en na vier jaar na de vulling van het UBO-register.

Het wetsvoorstel ligt nu ter behandeling bij de Eerste Kamer. Op 28 januari 2020 vond het voorbereidend onderzoek van de Eerste Kamercommissie plaats waarin is vastgesteld dat er schriftelijk nadere vragen zullen worden gesteld door een aantal Kamerleden. Het is momenteel onduidelijk wanneer de inbreng hiervan en de beantwoording daarop zal plaatsvinden, maar gezien de deadline van 10 januari 2020 en de huidige stand van zaken zou het UBO-register in de loop van het eerste kwartaal van 2020 operationeel kunnen zijn.

Bindend vrouwenquotum voor beursgenoteerde bedrijven

Op 3 december 2019 heeft de Tweede Kamer een motie aangenomen waarin het kabinet wordt gevraagd beursgenoteerde bedrijven te verplichten ten minste 30% vrouwen op te nemen in de RvC. Het voorstel voor dit verplichte vrouwenquotum is gebaseerd op eerdere adviezen van de SER.

Het kabinet is niet verplicht deze motie uit te voeren. Het kabinet heeft de SER echter zelf hierover om advies gevraagd en het eindrapport is de uitkomst van uitgebreid overleg tussen vakbeweging, werkgevers en onafhankelijke experts. Er lijkt een maatschappelijk draagvlak voor het quotum te zijn, alhoewel er ook tegengeluiden zijn. Het kabinet is gevraagd om in een brief uiteen te zetten hoe het denkt de motie te gaan uitvoeren. Als het kabinet besluit het quotum in te voeren, dan zal een concept wetsvoorstel worden voorbereid. Naar verwachting zal dit concept eerst ter consultatie worden gepubliceerd. Vervolgens kan het voorstel worden ingediend bij de Tweede Kamer. Na aanname door de Tweede Kamer, kan het wetsvoorstel worden aangenomen door de Eerste Kamer. Een dergelijk traject zal een ruime periode in beslag nemen. Het zal naar verwachting in ieder geval niet eerder dan eind 2020 in werking treden.

Terugblik implementatie herziene aandeelhoudersrichtlijn

Op 1 december 2019 is het wetsvoorstel ter implementatie van de herziene aandeelhoudersrichtlijn (EU 2017/828) in werking getreden. Dit met uitzondering van een aantal bepalingen. De volgende nieuwe regels treden in werking op 3 september 2020:

  • het (door een NV) sturen van een elektronische ontvangstbevestiging van een op elektronische wijze uitgebrachte stem;
  • het (door een beursvennootschap) sturen van een bevestiging van de geldige registratie en telling van de door een aandeelhouder uitgebrachte stemmen op de vergadering;
  • de nieuwe regels m.b.t. aandeelhoudersidentificatie (wijzigingen in de Wge).

De nieuwe wet heeft gevolgen voor gewone NV's, structuur-NV's, beursgenoteerde NV's en BV's, levensverzekeraars, pensioenfondsen, vermogensbeheerders, stemadviseurs en partijen in de bewaarketen. Zie tevens onze nieuwsbrief van 5 november 2019 met een overzicht van alle wijzigingen.