Civiel

Tekortkoming en verzuim bij een niet-fatale termijn

In een koopovereenkomst ter zake van een pand is een leveringstermijn afgesproken van 'uiterlijk 31 december 2011'. Vast staat dat dit geen fatale termijn was als bedoeld in art. 6:83, onder a, BW. Hierom levert het feit dat koper het pand niet binnen die termijn heeft afgenomen, volgens de HR (geen verzuim en dus) nog geen tekortkoming van hem op. Uit de mededeling van de koper dat hij het pand niet uiterlijk 31 december 2011 zou kunnen afnemen, mocht de verkoper volgens de HR dan ook niet afleiden dat de koper in de nakoming van zijn verbintenis zou tekortschieten, zoals bedoeld in art. 6:83, onder c, BW. Ook op grond van laatstgenoemde bepaling is de koper dus niet in verzuim gekomen.

ECLI:NL:HR:2020:141

Fiscaal

Vrijspraak staat niet in de weg aan belastingheffing

Belanghebbende is veroordeeld voor de handel in verdovende middelen, maar vrijgesproken voor de overige ten laste gelegde delicten. De HR herhaalt dat vrijspraak niet in de weg hoeft te staan aan belastingheffing over inkomen dat is genereerd met gedragingen waarvan belanghebbende is vrijgesproken, mits de rechter door zijn optreden en de motivering van zijn beslissing geen twijfel doet ontstaan over de juistheid van de vrijspraak.

ECLI:NL:HR:2020:140

Straf

Belastingfraude en status van belastingplichtige

Een niet-belastingplichtige verdachte heeft namens een belastingplichtige opzettelijk een onjuiste belastingaangifte gedaan. De niet-belastingplichtige verdachte wordt vervolgd als 'gewoon' pleger van belastingfraude en niet als deelnemer. De HR oordeelt dat alleen de belastingplichtige, die tot het doen van de aangifte is gehouden, belastingfraude kan plegen. De HR benadrukt dat anderen dan de belastingplichtige wel als deelnemer aan belastingfraude kunnen worden aangemerkt en/of valsheid in geschrift kunnen plegen.

ECLI:NL:HR:2020:121

Meld u aan voor de Hoge Raad News Update