Per 1 juli 2022 treedt naar verwachting de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (hierna: Wkb) in werking. Hiermee komt een nieuw stelsel voor kwaliteitsborging in de bouw. In onze eerdere blog schreven wij al hoe dit toekomstige stelsel van bouwtoezicht eruit zal gaan zien. De belangrijkste wijziging is dat voortaan een ‘private kwaliteitsborger’ de conformiteit met bouwtechnische voorschriften zal toetsen in plaats van het college van burgemeester en wethouders.

De nieuwe wet wordt niet meteen voor alle soorten bouwwerken ingevoerd, maar gaat als eerste gelden voor bouwwerken die vallen onder gevolgklasse 1. Uit een recente brief van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (“BZK”) blijkt dat ook binnen deze gevolgklasse een fasering wordt ingebouwd, waardoor mogelijk een rangorde gaat gelden. Deze blog gaat in op welke soorten bouwwerken onder gevolgklasse 1 vallen en wat daar de gevolgen voor zijn.

Wat zijn gevolgklassen?

De Wkb stelt eisen aan de manier waarop de kwaliteitsborging voor het bouwen moet worden uitgevoerd. Hierbij geldt dat hoe groter de gevolgen kunnen zijn als iets misgaat, hoe zwaarder deze eisen zijn. In het toekomstige stelsel zijn bouwwerken verdeeld in een drietal gevolgklassen.

  1. Gevolgklasse 1 (laag risico): bijvoorbeeld woningen en eenvoudige bedrijfspanden. Hierbij bestaat er een kans op beperkte persoonlijke gevolgen als niet aan de bouwtechnische voorschriften wordt voldaan.
  2. Gevolgklasse 2 (midden risico): bijvoorbeeld bibliotheken, scholen, gemeentehuizen en andere gebouwen tot 70 meter hoogte. Hierbij bestaat er een reële kans op persoonlijke gevolgen als niet aan de bouwtechnische voorschriften wordt voldaan. Deze gevolgklasse bestrijkt een breed spectrum aan verschillende typen bouwwerken tot 70 meter hoog.
  3. Gevolgklasse 3 (hoog risico): bijvoorbeeld metrostations, voetbalstadions, ziekenhuizen en gebouwen hoger dan 70 meter. Hierbij bestaat eenkans op aanzienlijke persoonlijke gevolgen als niet aan de bouwtechnische voorschriften wordt voldaan.

Deze klassenindeling van bouwwerken is opgesteld aan de hand van twee aspecten: de constructieve veiligheid en de brandveiligheid. Naarmate de mogelijke gevolgen groter worden als iets misgaat, neemt de gevolgklasse ook toe (Kamerstukken II 2015/16, 34453 nr. 3, p. 2, 22).

Wat valt onder gevolgklasse 1?

De Wkb zal bij inwerkingtreding – naar verwachting op 1 juli 2022 – alleen gelden voor bouwwerken in gevolgklasse 1. Voor de bouwwerken onder de gevolgklassen 2 en 3 blijft vooralsnog het huidige regime gelden.

Welke bouwwerken onder gevolgklasse 1 vallen, is vastgelegd in het voorgestelde artikel 2.17 Besluit bouwwerken leefomgeving (“Bbl“). Het Bbl is een algemene maatregel van bestuur die tegelijkertijd in werking treedt met de Omgevingswet (naar verwachting 1 juli 2022).

Artikel 2.17 Bbl bevat de criteria waaraan moet zijn voldaan wil een bouwwerk onder gevolgklasse 1 vallen. Daarbij komt een belangrijke rol toe aan de gebruiksfunctie. De criteria zijn talrijk en op het eerste gezicht niet al te gemakkelijk te doorzien. Samenvattend komen wij tot het volgende overzicht van bouwwerken die in gevolgklasse 1 vallen:

  1. Grondgebonden woningen (eengezinswoningen, twee-onder-een-kapwoningen en rijtjeswoningen), inclusief garages en andere aanbouwen zoals een kantoor aan huis. Het maakt niet uit of deze woning 2, 3 of meer bouwlagen heeft. Appartementen, woningen bedoeld voor kamergewijze verhuur (studentenhuizen) en zorgwoningen vallen niet onder gevolgklasse 1.
  2. Ook hier zijn appartementen uitgesloten.
  3. Woonboten en andere drijvende woningen.
  4. Bedrijfshallen en fabriekspanden van maximaal twee bouwlagen, inclusief een klein kantoor/kantine/magazijn en dergelijke (industriefunctie, zie art. 2.17 lid 3 onder d Bbl). Kantoor- en winkelpanden en showrooms vallen niet onder gevolgklasse 1.
  5. Een agrarisch bedrijf. Een manege valt dan weer niet onder gevolgklasse 1 omdat dat een sportfunctie en geen industriefunctie heeft.
  6. Opslagruimten, magazijnen en andere bouwwerken van maximaal twee bouwlagen die gebouwd worden aan overige gebruiksfuncties zoals kantoren, winkels en dergelijke (zie art. 2.17 lid 3 onder e Bbl).
  7. Verbouwingen van de hierboven genoemde bouwwerken (voor zover deze niet vergunningvrij zijn) vallen ook onder gevolgklasse 1, bijvoorbeeld:
    1. Het aanbrengen van een balkon aan een grondgebonden woning.
    2. Het bouwen van een uitbouw met dakterras aan grondgebonden woning.
    3. Het aanbrengen van een kap op een uitbouw van een grondgebonden woning.
    4. Het optrekken van de achtergevel van de grondgebonden woning.
    5. Het aanbrengen van een nokverhoging op een grondgebonden woning.
  8. Fiets- en voetgangersbruggen met een overspanning van maximaal 20 meter over wegen en spoor- en waterwegen. Over provinciale wegen of rijkswegen behoren deze bruggen niet tot gevolgklasse 1.
  9. Overige bouwwerken geen gebouw zijnde bedoeld voor wegen (geen viaducten en dergelijke), vaarwegen, stroomvoorziening, en dergelijke als ze niet hoger dan 20 meter zijn. Denk hierbij bijvoorbeeld aan kleine windmolens, geluidsschermen, antennes en zendmasten.
  10. Een kunstwerk hoger dan 5 meter en lager dan 20 meter.

En wat valt er niet onder?

Bouwwerken die niet vallen onder gevolgklasse 1, zijn:

  1. Monumenten (zowel rijksmonumenten als gemeentelijke en provinciale monumenten).
  2. Bouwwerken waarbij voor het gebruik een vergunning of melding brandveilig gebruik nodig is. Bijvoorbeeld bij bedrijfspanden bedoeld voor meer dan 150 personen is een melding brandveilig gebruik verplicht.
  3. Bouwwerken waarbij er milieubelastende activiteiten plaatsvinden waarvoor een milieuvergunning nodig is. In het Besluit activiteiten leefomgeving (“Bal”) valt te achterhalen of een milieuvergunning nodig is.
  4. Bouwwerken waarbij sprake is van een gelijkwaardige oplossing voor brand- of constructieve veiligheid.

Gefaseerde invoering gevolgklasse 1

Uit een brief van minister Ollongren van BZK van 25 juni 2021 blijkt dat een fasering mogelijk wordt gemaakt voor de invoering van private kwaliteitsborging voor gevolgklasse 1-bouwwerken. Aanleiding hiervoor zijn de zorgen van G4 gemeenten (bestaande uit Den Haag, Utrecht, Rotterdam en Amsterdam) over de financiële dekking van de uitvoering van Wkb-taken en een verantwoorde invoering van de Wkb in het algemeen.

Dit zal leiden tot een aanpassing van het ontwerpbesluit Kwaliteitsborging voor het bouwen, waardoor de invoering van private kwaliteitsborging voor gevolgklasse 1-bouwwerken tijdelijk kan worden beperkt tot nieuwbouw en dus geen betrekking heeft op verbouwingen. Hiermee ontstaat dus een rangorde binnen de gevolgklasse waarop de Wkb eerst van toepassing is. Als het aantal kwaliteitsborgers onvoldoende is, kan met een fasering de druk worden verlicht. Het is nog onduidelijk hoe de nieuwe rangorde er verder uit gaat zien. In het najaar van 2021 komt hier meer duidelijkheid over, aldus de Minister. Overigens geeft het uitstel van de inwerkingtreding van de wet – juli in plaats van januari 2022 – ook tijd om meer kwaliteitsborgers te werven.

Gevolgklasse 1-bouwwerk en de private kwaliteitsborging

Onder de Omgevingswet, die tegelijk met de Wkb in werking treedt, is sprake van een ruimtelijke en een technische vergunningplicht voor een bouwactiviteit (‘de knip’). De ruimtelijke vergunningplicht ziet op een omgevingsplanactiviteit voor een bouwwerk en omvat de toets aan het omgevingsplan (zoals bouwhoogte, bebouwingspercentage en welstand). Wanneer een dergelijke vergunning nodig is, moet deze worden aangevraagd bij de gemeente.

Naast de omgevingsplanactiviteit, is er de technische bouwactiviteit. Toetsing aan het Bouwbesluit 2012 (Hoofdstukken 4 en 5 Bbl) staat daarbij centraal. Hierbij wordt een onderverdeling gemaakt in vergunningsvrije, meldingplichtige of vergunningplichtige bouwwerken. De bouwwerken in gevolgklasse 1 zijn meldingplichtig. Uiterlijk vier weken vóór de start van de bouwwerkzaamheden moet een bouwmelding worden gedaan bij de gemeente (zie het voorgestelde artikel 2.18 Bbl). In de bouwmelding staat wie de kwaliteitsborger is en welk instrument wordt toegepast. Ook moet een borgingsplan en risicobeoordeling worden aangeleverd. Naast de bouwmelding, moet een gereedmelding worden ingediend bij het bevoegd gezag wanneer het bouwwerk wordt opgeleverd (zie hierover ook onze vorige blog). Voor vergunningplichtige bouwwerken die niet vallen onder gevolgklasse 1 blijft het huidige regime gelden en voor deze bouwwerken moet bij de gemeente een vergunning worden aangevraagd.

Tot slot

Wanneer de Wkb in werking treedt, verandert het systeem van kwaliteitsborging vooralsnog alleen voor gevolgklasse 1-bouwwerken. In deze blog hebben wij uiteengezet om welke bouwwerken het gaat. Het ziet ernaar uit dat een fasering zal plaatsvinden, waarbij de eerste fase beperkt is tot nieuwbouw van gevolgklasse 1-bouwwerken.

Wanneer sprake is van een bouwwerk uit gevolgklasse 1, moet van de bouwwerkzaamheden melding worden gedaan bij het bevoegd gezag. De bouwwerkzaamheden worden vervolgens gecontroleerd door een onafhankelijke, private kwaliteitsborger waar dat voorheen het bevoegd gezag was. Via de bouw- en gereedmelding is ook het bevoegd gezag betrokken bij de technische controle van de bouwactiviteiten.