‘Leuker kunnen we het niet maken, wel makkelijker.’ Deze belastingslogan geeft ook de wil weer van de wetgever voor milieuregelgeving. Minder vergunningen en meer algemene regels zouden moeten leiden tot een verlaging van de druk op bedrijven. Uit de praktijk kan ik zeggen dat eerder het tegendeel wordt bereikt. Wijziging op wijziging van wetten en onderliggende regelgeving maken het woud er niet doorzichtiger op. Bovendien is het doornemen (om niet te zeggen, doorworstelen) van het Activiteitenbesluit milieubeheer om te achterhalen welke algemene regels op het specifieke bedrijf van toepassing zijn, niet een makkelijke opgave. Zeker niet voor een niet-getrainde jurist, zoals bijvoorbeeld een agrariër.

De uitspraak van de ABRvS van 26 juni 2013 (ECLI:NL:RVS:2013:28) illustreert de problematiek bij de overgang van wettelijke stelsels. Ook de wetgever heeft, zo blijkt, niet alle situaties doorzien. De ABRvS vult hierom het overgangsrecht aan.

In mijn annotatie bij deze uitspraak die is verschenen in MenR 2013/142 geef ik eerst een korte schets van de situatie en een formeel gevoerd verweer. Vervolgens ga ik in op het overgangsrecht. Ik sluit af met enkele beschouwingen over twee andere aspecten van de uitspraak, te weten de voorbereiding van een besluit na een eerdere vernietiging en de beoordeling van gezondheidsrisico’s.

De annotatie is hier te lezen