De levering van een registergoed kan belast met omzetbelasting (BTW), belast met overdrachtsbelasting (Ovb), of belast met zowel omzet- als overdrachtsbelasting plaatsvinden. Van belang voor de beantwoording van de vraag met welke belasting de levering belast is, is de toestand van het geleverde.

  • Levering van een bouwterrein in de zin van artikel 11 van de Wet op de omzetbelasting (OB) is belast met BTW; het tarief bedraagt 21%.
  • Levering van een nieuw vervaardigd gebouw dat nog niet (of minder dan een half jaar voorafgaand aan de levering) in gebruik is genomen is belast met BTW.
  • Bij levering van een gebouw dat minder dan twee jaar voor levering in gebruik is genomen is BTW verschuldigd, maar ook overdrachtsbelasting. Indien koper de verschuldigde BTW niet in aftrek kan brengen, dan geldt er op grond van artikel 15 lid 1 van de Wet op belastingen van rechtsverkeer (WBR) een vrijstelling voor de overdrachtsbelasting.
  • Wordt een gebouw 2 jaar na eerste ingebruikneming geleverd en wordt er door koper en verkoper tezamen niet voor een met BTW belaste levering geopteerd, dan is deze levering vrijgesteld van BTW, maar belast met overdrachtsbelasting.
  • Vindt levering plaats tussen 2 en 10 jaar na de eerste ingebruikneming, dan vindt er BTW-herziening plaats bij verkoper. Wordt er voor een met BTW belaste levering geopteerd, dan wordt de BTW verlegd; koper treedt dan in de BTW-positie van verkoper. Levering is dan tevens belast met overdrachtsbelasting.Afhankelijk van het feit of het een onroerende zaak een woning is, bedraagt het tarief 2% (woning) of 6% (geen woning).
  • Levering van een kaal stuk grond dat niet als bouwterrein kwalificeert, is belast met overdrachtsbelasting, het toepasselijke tarief is 6%

Voor de wet OB werd tot 1 januari 2017, op grond van artikel 11 lid 4 OB, als bouwterrein beschouwd: "Onbebouwde grond" a. waaraan bewerkingen plaatsvinden of hebben plaatsgevonden; b. ten aanzien waarvan voorzieningen worden of zijn getroffen die uitsluitend dienstbaar zijn aan de grond; c. in de omgeving waarvan voorzieningen worden of zijn getroffen; of d. ter zake waarvan een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is verleend; met het oog op de bebouwing van de grond."

Door de invoering van het Belastingplan 2017 wordt artikel 11 lid 4 OB gewijzigd in: "Onder een bouwterrein als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onder 1°, wordt verstaan onbebouwde grond die kennelijk bestemd is om te worden bebouwd met een of meer gebouwen."

Een perceel grond zal door dit gewijzigde begrip eerder kwalificeren als bouwterrein. Vanaf 1 januari 2017 geldt een terrein dat aan één van de vier vereisten van het oude artikel 11 lid 4 OB voldoet als bouwterrein. De bouwbestemming dient op basis van objectieve gegevens vastgesteld te worden; te denken valt aan een aangevraagde maar nog niet verleende omgevingsvergunning of bijvoorbeeld reeds opgestelde bouwplannen. Uit de wetsgeschiedenis blijkt tevens dat de intentie tot bebouwing van de koper voldoende kan zijn om te kwalificeren als bouwterrein. Dit is een risico waar verkoper zich terdege van bewust dient te zijn.