Op vrijdag 30 juni jl. gaf Rob van der Hoeven een presentatie over sancties en terrorismefinanciering voor trustkantoren tijdens de Permanente Educatiedag Trustkantoren van Licent Academy. Deze PE-dag stond in het teken van de ontwikkelingen op het terrein van de toezichtthema's van DNB voor 2017.

Uit DNB's Toezicht Vooruitblik 2017 bleek dat de beheersing van risico's in verband met sanctieregelgeving - maar ook terrorismefinanciering - sector breed nog altijd van onvoldoende niveau zou zijn. Zo stelde DNB onlangs vast dat meerdere trustkantoren niet bekend waren met de Nederlandse sanctielijst (terrorismelijst). Dit terwijl DNB in 2015 al constateerde dat de naleving van de Sanctiewet door trustkantoren beter moest. Zo controleerden onderzochte trustkantoren uitsluitend of relaties voorkwamen op de sanctielijsten, maar niet of transacties (handelingen) zagen op 'embargogoederen'. Werk aan de winkel dus.

Sancties kunnen niet alleen zien op specifieke partijen, maar ook op goederen, technologie, software, diensten & services (embargogoederen), geografische gebieden, specifieke sectoren/activiteiten, en op een combinatie van deze factoren. Zo is vaak zowel de export, verkoop of overdracht van bepaalde goederen aan bepaalde partijen verboden, als financiële ondersteuning in verband daarmee. Men dient dus niet alleen de relaties te controleren tegen de sanctielijsten, maar ook moet worden vastgesteld op wat voor goederen of activiteiten de betaling ziet. Relatie betekent: één ieder die bij de transactie betrokken is. Dus zowel de betalende partij en de ontvangende partij als bijv. eventuele verstrekkers van verzekeringen of leningen. NB: ook partijen die zelf niet op de sanctielijsten voorkomen, kunnen gesanctioneerd zijn wanneer zij bijv. handelen namens of op instructie van direct gesanctioneerde partijen. Het is daarom in het kader van de onderzoeksplicht van belang om vast te stellen wie er achter de betrokken partijen zitten (client due diligence (CDD)).

Een vergelijkbare onderzoeksplicht geldt ingeval van voorkoming van terrorismefinanciering. Wanneer sprake is van een risico op terrorismefinanciering (vb. door betrokkenheid van een liefdadigheidsinstelling in een hoog risico land) moet men onderzoek doen en de risico's zo veel mogelijk mitigeren. Partijen die betrokken zijn bij een transactie dienen zowel gescreend te worden tegen de Europese terrorismelijst als de Nationale Terrorismelijst (hierop staan ook enkele entiteiten). Onder omstandigheden zullen ook de achterliggende partijen moeten worden gescreend. Ter informatie: Het Financieel Expertise Centrum (FEC) is nog bezig met het vaststellen van typologieën die kunnen helpen bij het herkennen van (risico's op) terrorismefinanciering.

Zowel voor voorkoming van terrorismefinanciering als ter naleving van sancties moet voldoende CDD worden verrichten. Zijn er risico's (red flags) of zijn de antwoorden onvoldoende, onduidelijk of tegenstrijdig? Dan moet men dooronderzoeken en doorvragen! Ook kan onderbouwende documentatie nodig zijn om de betaling en de betrokken partijen te beoordelen (vb. overeenkomsten, oprichtingsdocumenten, uittreksels bedrijvenregisters).