Tot voor kort werd aangenomen dat voor zorgverzekeraars geen aanbestedingsplicht bestond. Op 19 juni 2014 oordeelde de voorzieningenrechter Zeeland-West-Brabant echter anders. 

In de kortgedingprocedure die Hollister Inc. aanspande tegen de zorgverzekeraar CZ werd duidelijk dat CZ is aan te merken als een publiekrechtelijke instelling, en dus als een aanbestedende dienst. De voorzieningenrechter oordeelt dat CZ de inkoop van stomamateriaal had moeten aanbesteden.

Wat houdt deze uitspraak voor u in?

Wat betekent deze uitspraak nu voor de praktijk? Naar alle waarschijnlijkheid zal een aanbestedingsplicht van zorgverzekeraars in de praktijk zorgen voor langere en meer formalistische procedures. Tegelijkertijd kunnen de aanbestedingsprocedures bijdragen aan marktwerking en concurrentie en zorgen voor meer waarborgen voor inschrijvende partijen.

De precieze consequenties van de uitspraak zijn nog niet helemaal te overzien. Afgewacht moet worden of deze uitspraak navolging zal vinden. CZ is het in ieder geval met de uitspraak niet eens en heeft hoger beroep ingesteld. Ook blijkt uit de uitspraak dat iedere zorgverzekeraar op zich zelf moet worden geanalyseerd om te bepalen of daadwerkelijk sprake is van een aanbestedingsplicht.

De mogelijke gevolgen van de uitspraak zijn overigens niet beperkt tot de inkoop van zorgartikelen. De uitspraak kan ook gevolgen hebben voor alle andere inkoop door zorgverzekeraars, zoals ook vastgoed. Het organiseren van een (Europese) aanbesteding is pas verplicht vanaf een geraamde opdrachtwaarde van EUR 207.000,- (voor leveringen of diensten). Wij gaan ervan uit dat ondanks deze drempelwaarde de geconstateerde aanbestedingsplicht van CZ en mogelijk van andere zorgverzekeraars tot een toename van het aantal aanbestedingen zal leiden. Raamovereenkomsten die thans via reguliere inkoopprocedures of zelfs onderhands worden gegund, zullen vanaf nu waarschijnlijk moeten worden aanbesteed. Zelfs is niet uitgesloten dat algemene ziekenhuizen hiermee aanbestedingsplichtig worden. Betoogd kan immers worden dat ook zij, nu zorgverzekeraars in de hoofdregel kwalificeren als publiekrechtelijke instelling, op gelijke wijze als CZ als publiekrechtelijke instelling in de zin van de Aanbestedingswet 2012 kunnen worden aangemerkt.

Hoe nu verder?

Door de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Brabant geldt voor zorgverzekeraars, althans in ieder geval voor CZ, dat zij vanaf nu bij het organiseren van de uitvraag om aanbieders te selecteren voor de periode vanaf 1 januari 2015, rekening zullen moeten houden met voornoemde aanbestedingsverplichting. Ook lopende inkoopprocedures dienen onder de loep genomen te worden om te bezien of zij voldoen aan de (Europese en nationale) aanbestedingsregels. De kans dat de uitspraak van de Brabantse voorzieningsrechter in de toekomst stand houdt, is reëel. Zolang in (hoger beroep) niet anders is geoordeeld, ontkomen zowel zorgverzekeraars als marktpartijen er in ieder geval niet aan zich in deze ontwikkeling te verdiepen en actie te ondernemen.