In onze Alert van 20 juli 2017 hebben wij aandacht besteed aan het op 17 februari 2017 ingediende wetsvoorstel aanvullende maatregelen accountantsorganisaties ("Wetsvoorstel"). Met de in het Wetsvoorstel voorgestelde maatregelen is beoogd de kwaliteit van wettelijke controles te verbeteren.

Met het oog daarop wordt de Wet toezicht accountantsorganisaties (“Wta”) uitgebreid met een verplichting voor accountantsorganisaties met een vergunning die strekt tot het verrichten van wettelijke controles bij organisaties van openbaar belang ("OOB's") (“OOB-vergunninghouders”) om te beschikken over een stelsel van onafhankelijk intern toezicht. Een ander belangrijk onderdeel van het Wetsvoorstel is de introductie van een geschiktheidstoets voor natuurlijke personen die het dagelijks beleid bepalen (“dagelijks beleidsbepalers”) en leden van het orgaan belast met het interne toezicht ("toezichtsorgaan") van OOB-vergunninghouders.

Op 12 september 2017 is het Wetsvoorstel door de Tweede Kamer aangenomen. In deze Alert besteden wij kort aandacht aan enkele belangrijke wijzigingen die gedurende de parlementaire behandeling in het Wetsvoorstel zijn aangebracht. Klik hier voor een meer uitvoerige bespreking van het oorspronkelijke Wetsvoorstel door een van onze kantoorgenoten.

Verlenging overgangsregeling geschiktheid

Het Wetsvoorstel bevatte een overgangsregeling waarin is bepaald dat, kort gezegd, verondersteld wordt dat dagelijks beleidsbepalers die op het moment van inwerkingtreding van de wet in functie zijn tot zes maanden na het tijdstip van inwerkingtreding geschikt zijn, zolang niet een wijziging in de relevante feiten of omstandigheden een redelijke aanleiding geeft tot (her)beoordeling van die geschiktheid. Voor zittende leden van het toezichtsorgaan gold een vergelijkbare overgangsbepaling, maar dan met een termijn van twaalf maanden. Bij Nota van wijziging is deze overgangstermijn voor zittende dagelijks beleidsbepalers verlengd tot twaalf maanden na inwerkingtreding van de wet. De overgangstermijn voor zittende leden van het toezichtsorgaan is verlengd tot 18 maanden. De open geschiktheidsnorm zal worden uitgewerkt in een beleidsregel. De AFM heeft dit voorjaar een conceptversie van deze beleidsregel geconsulteerd, waarop Stibbe een reactie heeft ingediend.

Herstelplicht tekortkomingen bij wettelijke controles met ingang van boekjaar 2017

Het Wetsvoorstel introduceert een verplichting voor accountants(organisaties) om ervoor te zorgen dat tekortkomingen met betrekking tot wettelijke controles worden hersteld. Bij Nota van wijziging is bepaald dat deze verplichting voor het eerst op boekjaar 2017 van toepassing wordt. In de toelichting is opgemerkt dat hiermee is beoogd eventuele onzekerheid te voorkomen over de vraag of de verplichting ook inhoudt dat externe accountants en accountantsorganisaties na inwerkingtreding van deze wet tekortkomingen in wettelijke controles over reeds afgesloten boekjaren zouden moeten herstellen.

Aangenomen amendement verlenging termijn voor indienen tuchtklacht tot 10 jaar

In het Wetsvoorstel werd voorgesteld de thans in art. 22 van de Wet tuchtrechtspraak accountants ("Wtra") opgenomen "subjectieve ontvankelijkheidstermijn" te laten vervallen. Deze termijn houdt in dat een klacht niet ontvankelijk zal worden verklaard wanneer een periode van drie jaar is verstreken tussen indiening van de klacht en het moment dat de klager heeft geconstateerd of redelijkerwijs heeft kunnen constateren dat het handelen of nalaten laakbaar is. Art. 22 Wtra bepaalt tevens dat de Accountantskamer de klacht niet in behandeling zal nemen wanneer tussen het moment van het handelen of nalaten en het moment van indiening van de klacht een periode van zes jaar is verstreken (de "objectieve vervaltermijn"). Door aanname van een amendement van de Tweede Kamerleden Nijboer en De Vries is de objectieve vervaltermijn van zes jaar verlengd tot tien jaar. Noch in de oorspronkelijke Memorie van toelichting, noch in de toelichting op het amendement is aandacht besteed aan een eventuele overgangstermijn.

(Opnieuw) Verworpen amendement om de Ondernemingskamer een rol te geven bij "ontslag" van een accountantsorganisatie

In artikel 58 van de Wta is sinds 1 januari 2017 geregeld dat de AFM bij bepaalde overtredingen van hetgeen bij of krachtens de Wta of de Audit Verordening is voorgeschreven, kan bepalen dat de accountantsorganisatie niet langer bevoegd is de wettelijke controle bij een OOB te verrichten. Bij de behandeling van de Implementatiewet wettelijke controle jaarrekeningen is door het Tweede Kamerlid De Vries een mendement ingediend waarin werd voorgesteld artikel 58 Wta zodanig aan te passen dat de AFM niet zelfstandig zou kunnen overgaan tot deze beslissing, maar hiertoe een verzoek zou moeten indienen bij de Ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam. Het toenmalige amendement werd door de Minister van Financiën ontraden en bij hoofdelijke stemming verworpen. De behandeling van het Wetsvoorstel vormde aanleiding om het amendement opnieuw in te dienen. Het amendement is echter opnieuw verworpen.

Aangenomen motie over verkenning van alternatieve verdienmodellen

Tijdens de parlementaire behandeling werd benadrukt dat de roep om resultaten van de door de accountantsorganisaties zelf genomen maatregelen toeneemt. Een motie van de Tweede Kamerleden Nijboer, Snels en Leijten waarin de minister van Financiën werd verzocht parallel aan het werk van de sector voorbereidend werk te verrichten naar de voor- en nadelen van de alternatieven van het huidige verdienmodel binnen de accountancysector, werd aangenomen. Daarnaast werd de Minister van Financiën door verschillende leden van de Tweede Kamer verzocht te onderzoeken of een volgend onderzoek naar de kwaliteit van de wettelijke controles van de zogenoemde "Big 4-accountantsorganisaties" (en de overige OOB-vergunninghouders) versneld kan plaatsvinden. De Minister liet weten hierover met de AFM in overleg te treden en bij de Tweede Kamer hierop terug te komen.

Aangenomen motie over het betrekken van (meer) externen bij de bezwaarprocedure bij de geschiktheidstoets door de AFM (en DNB)

Eveneens werd aangenomen de door het Tweede Kamerlid De Vries ingediende motie over de inrichting van de bezwaarprocedure bij de in het Wetsvoorstel geïntroduceerde geschiktheidstoets voor dagelijks beleidsbepalers en leden van het toezichtsorgaan bij de OOB-vergunninghouders. Tot op heden is het gebruikelijk dat in een bezwaarprocedure naar aanleiding van een (her)beoordeling van de geschiktheid van dagelijks beleidsbepalers of leden van het toezichtsorgaan door de AFM, de voorzitter van die bezwaarcommissie onafhankelijk is en geen inhoudelijke rol heeft. Voor de overige leden van de bezwaarcommissie geldt dat niet. De strekking van de aangenomen motie is dat de bezwaarprocedure bij de AFM (en DNB) onafhankelijker zal moeten worden ingericht door daarbij meer externe leden te betrekken. De Minister merkte gedurende de parlementaire behandeling op dat het aannemen van de motie inhoudt dat de AFM deze suggestie zou moeten overwegen.

De beoogde inwerkingtredingsdatum van de wet is 1 juli 2018. Voor meer informatie over het Wetsvoorstel kunt u contact opnemen met een van onze specialisten.