Begin dit jaar is een consultatie gehouden rondom het voorontwerp Wet grensoverschrijdende omzetting van kapitaalvennootschappen. Het voorontwerp beschrijft de randvoorwaarden waaraan moet worden voldaan voordat een grensoverschrijdende omzetting van een naamloze of besloten vennootschap (‘NV’ en ‘BV’) in een buitenlandse kapitaalvennootschap kan plaatsvinden en omgekeerd. Beoogd wordt de belangen van crediteuren, minderheidsaandeelhouders en werknemers te beschermen. 

Het voorontwerp voorziet in een regeling voor omzetting in de volgende twee situaties:

  • een Nederlandse NV/BV zet zich om in een kapitaalvennootschap naar het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte (‘EER’) of in een NV/BV naar het recht van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba; en
  • een kapitaalvennootschap uit een andere lidstaat van de EER of een NV/BV naar het recht van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba zet zich om in een Nederlandse NV of BV.

De reikwijdte van de regeling in het voorontwerp is zowel materieel als geografisch beperkt.

Materieel zien we een beperking tot de grensoverschrijdende omzetting vankapitaalvennootschappen. De grensoverschrijdende omzetting van andere soorten rechtspersonen wordt vooralsnog ongeregeld gelaten. De toelichting op het voorontwerp verwijst naar de harmonisatie van het Europese recht ten aanzien van een kapitaalvennootschap waardoor de rechtsgevolgen van grensoverschrijdende omzetting in zekere mate voorspelbaar zijn. Op grond van de Europese rechtspraak lijkt er echter geen reden voor een beperking tot kapitaalvennootschappen. Dit heeft tot gevolg dat omzettingen van andere rechtspersonen dan de NV en BV wel geoorloofd, maar niet geregeld zullen zijn. Het ontbreken van een basisstramien in onze wetgeving voor dergelijke gevallen gaat ten koste van de rechtszekerheid.

Geografisch is het toepassingsbereik van de regeling ten eerste beperkt omdat de grensoverschrijdende omzetting van en naar Aruba, Curaçao en Sint Maarten in het voorontwerp niet wordt geregeld. Een dergelijke regeling is aan te bevelen omdat er economische banden zijn en er in de praktijk regelmatig structuren voorkomen waarvan zowel Nederlandse als Antilliaanse vennootschappen deel uitmaken. Bovendien vertoont het vennootschapsrecht van deze landen grote gelijkenissen met Boek 2 BW waardoor de rechtsgevolgen van een grensoverschrijdende omzetting in grote mate zijn te overzien. Ten tweede is de regeling beperkt tot omzettingen binnen de EER. Regelingen met buiten-Europees bereik bestaan reeds in andere EER-landen. Het ontbreken daarvan in Nederland gaat ten koste van het concurrentievermogen van Nederland in internationale juridische structuren.