De parlementaire behandeling van het initiatiefwetsvoorstel Wet zorgplicht kinderarbeid (wetsvoorstel) ligt sinds december 2017 stil. Indien dit wetsvoorstel wordt aangenomen en tot wet wordt verheven, geldt voor elke onderneming die aan Nederlandse eindgebruikers goederen verkoopt of diensten levert dat gepaste zorgvuldigheid moet worden betracht om te voorkomen dat die goederen en/of diensten met behulp van kinderarbeid tot stand zijn gekomen.

Het wetsvoorstel voorziet in de invoering van een zorgplicht, die moet voorkomen dat Nederlandse producten met behulp van kinderarbeid tot stand zijn gekomen. Ondernemingen geven invulling aan deze zorgplicht door middel van een verklaring waarin zij mededelen dat zij 'gepaste zorgvuldigheid' betrachten. Die verklaring wordt ingediend bij de toezichthouder. Een onderneming betracht gepaste zorgvuldigheid wanneer zij onderzoek doet of er een redelijk vermoeden bestaat dat de te leveren goederen of diensten met behulp van kinderarbeid tot stand zijn gekomen. Indien er een redelijk vermoeden bestaat, dient een plan van aanpak te worden vastgesteld en uitgevoerd. In een nadere regeling zullen nog eisen worden gesteld aan het onderzoek en het plan van aanpak. Als na een onderbouwde klacht en daaropvolgende beoordeling blijkt dat de onderneming zijn verplichtingen onvoldoende nakomt, kan de toezichthouder een aanwijzing geven. Als die aanwijzing onvoldoende wordt opgevolgd, kan de toezichthouder een boete opleggen. Bestuurders van ondernemingen die meerdere keren beboet zijn, kunnen strafrechtelijk worden vervolgd.

Op 19 december 2017 vond een deel van de plenaire behandeling in de Eerste Kamer plaats. Verschillende senatoren reageerden kritisch op het wetsvoorstel. Mede om die reden is de verdere behandeling op verzoek van initiatiefnemer Kuiken aangehouden. Zij zegde toe een brief te zullen sturen die kan bijdragen aan de kwaliteit van de nog in te plannen wetsbehandeling in de tweede termijn. In een recente brief laat de initiatiefneemster weten ernaar te streven om deze brief na het zomerreces maar in ieder geval vóór het herfstreces aan de Kamer toe te zenden. De Eerste Kamercommissie maant Kuiken in dit verband tot snelheid.

Het is onzeker of het wetsvoorstel in zijn huidige vorm door de Eerste Kamer wordt aangenomen. Er wordt onder meer getwijfeld aan de effectiviteit en uitvoerbaarheid van het wetsvoorstel. Ook vallen buitenlandse ondernemingen die goederen of diensten leveren in Nederland onder de regeling, terwijl de Nederlandse toezichthouder in het buitenland geen toezichthoudende bevoegdheden heeft.

Het huidige wetsvoorstel bepaalt dat de wet niet eerder dan op 1 januari 2020 in werking zal treden. Tot de inwerkingtreding hebben bedrijven de gelegenheid om hun bedrijfsvoering 'kinderarbeid-proof' te maken.