Sommige pesticiden op basis van neonicotinoïden blijken ware “bijenkillers” te zijn. Dit werd recentelijk opnieuw bevestigd door het EFSA. Een Europees verbod lijkt dan ook onafwendbaar. De meerderheid van de EU-lidstaten keurde alvast in het expertencomité een voorstel goed om pesticiden op basis van de drie belangrijkste neonicotinoïden sterk aan banden te leggen. België onthield zich en wenst een uitzonderingsregeling te bekomen voor de bieten- en koolzaadsector. België lijkt dus te zullen moeten kiezen tussen bijen of bieten… of is het toch allemaal niet zo zwart-wit?

Neonicotinoïden voor dummies

Neonicotinoïden (of “Neonics”) zijn de werkzame stoffen (“active substances”) in pesticiden om landbouwgewassen tegen schadelijke insecten te beschermen. Neonicotinoïden zijn verwant aan nicotine.

Tot de groep van de neonicotinoïden, die thans binnen de Europese Unie zijn toegelaten, behoren de volgende werkzame stoffen:

  • Imidacloprid;
  • Clothianidine;
  • Thiamethoxam;
  • Thiacloprid;
  • Acetamiprid.

Neonicotinoïden zijn systemische pesticiden. De plant neemt deze stof op via de wortels of uitlopers en verspreidt deze vervolgens naar de bladeren, bloemen, wortels, stengel, stuifmeel en nectar.

Het gebruik van deze pesticiden leidt er toe dat de neonicotinoïden ook veelvuldig in het oppervlaktewater worden teruggevonden (zie hierover bijv. "Vlaamse Milieumaatschappij (2015), Neonicotinoïden in oppervlaktewater").

Neonicotinoïden zijn overigens ook terug te vinden in bepaalde producten verkrijgbaar bij de dierenarts (bijv. middelen tegen teken en vlooienbanden).

Neonicotinoïden en de bijenpopulatie

Pesticiden op basis van neonicotinoïden beschermen gewassen tegen schadelijke insecten. Deze pesticiden zijn bijgevolg zeer toxisch voor ongewervelde dieren (insecten). Voor de gewervelde dieren zijn risico’s beperkter (wel kan er mogelijks sprake zijn van doorvergiftiging).

De neonicotinoïden viseren het centrale zenuwstelsel van de insecten en leiden tot de verlamming en de sterfte van de insecten.

Uiteraard maken neonicotinoïden weinig onderscheid tussen de schadelijke insecten en de bijen op zoek naar nectar.

Het Europese Voedselveiligheidsautoriteit (EFSA) heeft na een nieuwe omvangrijke literatuurstudie in 2018 officieel bevestigd dat drie zogeheten neonicotinoïden (clothianidin, imidacloprid en thiamethoxam) erg risicovol zijn voor hommels, wilde bijen en honingbijen.

Het status van neonicotinoïden binnen de Europese Unie

Voor een bevattelijke algemene uiteenzetting van het juridisch kader voor pesticidengebruik en voedselveiligheid kunnen we verwijzen naar onze blog over fipronil voor dummies.

Wat betreft neonicotinoïden zijn het de pesticides op basis werkzame stoffen clothianidin, thiamethoxam en imidacloprid die thans door de Europese Commissie worden geviseerd.

Deze werkzame stoffen werden middels de Richtlijnen 2006/41/EG, 2007/6/EG en 2008/116/EG van de Commissie opgenomen in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG van de Raad van 15 juli 1991 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen.

In 2013, na onderzoek door de EFSA over de impact van deze werkzame stoffen op de bijenpopulatie, besloot de Europese Commissie reeds om het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen die clothianidin, thiamethoxam of imidacloprid bevatten al sterk aan banden te leggen (zie Verordening (EU) nr. 485/2013). Sinds 2013 mogen deze werkzame stoffen o.a. niet meer gebruikt worden op gewassen die in bloei komen en op bepaalde granen die aantrekkelijk zijn voor bijen. Gebruik door particulieren is sindsdien ook niet meer toegelaten. Het gebruik voor de suikerbietenteelt was wel nog toegelaten.

Tegen voormelde inperking van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen die clothianidin, thiamethoxam of imidacloprid bevatten hadden enkele bedrijven een verzoek tot nietigverklaring bij het Gerecht van Eerste Aanleg van de Europese Unie. Dit verzoek werd recentelijk verworpen (Ger.EU (1e k.) nrs. T‑429/13 en T‑451/13, 17 mei 2018, (Bayer CropScience/Commissie).

De Europese Commissie maakte tussentijds werk van een verregaandere ban van deze drie neonicotinoïden. Het voorstel is om deze drie neonicotinoïden volledig voor de openluchtteelt te verbieden. Deze werkzame stoffen mogen evenwel nog gebruikt worden voor planten die hun hele levenscyclus in serres (waar geen bijen geacht worden te zitten) blijven.

Op 22 en 23 maart 2018 heeft de EFSA haar rapport dd. 28 februari 2018 over de risico’s van deze drie neonicotinoïden op bijen gepresenteerd. Deze nieuwe omvangrijke literatuurstudie bevestigde officieel dat drie zogeheten neonicotinoïden (clothianidin, imidacloprid en thiamethoxam) erg risicovol zijn voor hommels, wilde bijen en honingbijen.

Op 27 april 2018 bevestigde het PAFF (Standing Committee on Plants, Animals, Food and Feed), als expertencomité van de 28 Europese lidstaten het voorstel van de Commissie om het verdere gebruik van neonicotinoïden in openluchtteelt aan banden te leggen.

Deze beslissing van het expertencomité was evenwel zeker niet unaniem. Meerdere lidstaten stemden tegen en enkele (waaronder België) onthielden zich.

Te verwachten valt dat de Commissie deze verdere ban zal goedkeuren en dat het verbod tegen het einde van het jaar in werking zal treden.

Wat doet België? Kiezen tussen bijen of bieten?

Bij de stemming over de beslissing van het expertencomité heeft België zich onthouden. Deze houding van België gaf al aanleiding tot een parlementaire vraag in het Vlaamse Parlement. Minister Schauvliege verwees de vraag (terecht) door naar haar federale collega, de heer Ducarme ( federaal landbouwminister).

In de Vlaamse pers valt te lezen dat de Ducarme aanstuurt op een uitzonderingsregeling met een overgangsmaatregel, onder andere voor de bieten- en koolzaadsector. De alternatieven zouden immers mogelijks nog schadelijker dan de neonicotinoïden zelf. Dit werd evenwel nog niet in een officieel bericht bevestigd. Een dergelijke uitzonderingsregeling zal hoe dan ook niet evident zijn. Vanuit het Europese voorzorgbeginsel lijkt een keuze voor de bijen (lees: een Europese restrictie) zich op te dringen.

Los van de mogelijke economische overwegingen achter de Belgische onthouding, kan de wetenschappelijke overweging erachter niet zonder meer van tafel worden geveegd. De kans is immers - volgens tegenstanders van verdere restricties - niet onbestaand dat men zal teruggrijpen naar andere of nieuwe (wel toegelaten) bestrijdingsmiddelen en mogelijks in hogere dosissen. De gevolgen van dergelijke volleveldbespuitingen op bijen en milieu zijn nog veel te weinig in kaart gebracht. Het verbod dreigt in die redenering een vicieuze cirkel te doen onstaan, waarin de remedie wel eens erger zou kunnen zijn dan de kwaal zelf.

Wat er ook van zij, een algemene aanpak op EU-niveau zal in elk geval wel het level playing field tussen lidstaten ten goede komen.