Als overheden commerciële activiteiten verrichten, begeven zij zich op het speelveld van ondernemers. Vanuit hun publieke functie beschikken zij mogelijk over concurrentievoordelen. Zo zouden overheden, dankzij hun financiële reserves, aantrekkelijkere tarieven kunnen berekenen aan de consument. Ook zouden zij gebruik kunnen maken van gegevens waar particuliere ondernemingen geen toegang toe hebben. Dergelijke voordelen kunnen leiden tot concurrentievervalsing tussen de op de markt opererende overheden en particuliere ondernemers.

De Wet Markt en Overheid (WMO) heeft als doel oneerlijke concurrentie van overheden en overheidsbedrijven tegen te gaan. Overheidsbedrijven zijn ondernemingen waarvan een overheid het beleid kan bepalen of waarin zij aandelen houdt. De WMO trad in werking op 1 juli 2012 maar gold tot 1 juli 2014 nog niet voor economische activiteiten die al door overheden werden verricht.

Overheden en overheidsbedrijven moeten zich aan vier gedragsregels houden wanneer zij concurreren met particuliere ondernemers:

  • Integrale kostendoorberekening

Soms maken overheden dezelfde soort producten, of leveren zij dezelfde soort diensten, als particuliere ondernemingen. In dat geval dient de overheid of het overheidsbedrijf de volledige kosten van de productie of dienstverlening door te berekenen aan de consument. Zo moet een gemeentelijke plantsoenendienst die ook hoveniersdiensten aanbiedt aan particulieren, alle kosten die daarbij worden gemaakt in rekening brengen bij zijn klanten.

  • Verbod bevoordeling van overheidsbedrijven

Overheden mogen overheidsbedrijven niet bevoordelen boven andere ondernemingen. Dit kan bijvoorbeeld aan de orde zijn wanneer overheidsbedrijven goedkoop gebruik kunnen maken van ruimten die beschikbaar worden gesteld door de gemeente of wanneer overheidsbedrijven onder gunstige voorwaarden geld kunnen lenen van de overheid.

  • Gegevensgebruik

Vaak beschikt een overheid over informatie die particuliere ondernemers niet hebben. Die gegevens mag zij niet gebruiken bij haar economische activiteiten, tenzij de informatie ook aan particuliere ondernemingen wordt verstrekt. Zo hebben overheden toegang tot de gemeentelijke basisadministratie of het Kadaster. Overheidsbedrijven mogen geen gebruik maken van deze gegevens tenzij deze ook onder dezelfde voorwaarden aan niet-overheidsbedrijven beschikbaar worden gesteld.

  • Functiescheiding

Personen die publiekrechtelijke bevoegdheden uitoefenen, mogen niet betrokken zijn bij economische activiteiten die daar enig verband mee houden. Neem het geval waarin als onderdeel van een vergunningverleningstraject een bodemonderzoek moet worden ingediend. Indien de betrokken overheid tegen betaling bodemonderzoeken uitvoert voor particulieren, mogen de bij de vergunningverlening betrokken ambtenaren niet tevens betrokken zijn bij het tegen betaling uitvoeren van bodemonderzoeken.

De WMO geldt in beginsel voor alle overheden, met uitzondering van een aantal onderwijs-, onderzoek- en media-instellingen. Bovendien is de wet niet van toepassing op economische activiteiten die de overheid uitvoert “in het algemeen belang”. Of een overheid een economische activiteit uitvoert in het algemeen belang, bepaalt de overheid zelf maar kan wel (zij het terughoudend) worden getoetst door de bestuursrechter.

De Autoriteit Consument & Markt (ACM) houdt toezicht op de naleving van de gedragsregels. Indien u vermoedt dat de overheid deze regels overtreedt, kunt u een klacht indienen bij de ACM. Als de ACM vaststelt dat een gedragsregel is overtreden, kan de ACM een last onder dwangsom opleggen om zo de desbetreffende overheid te dwingen de overtreding te beëindigen. Indien de ACM besluit uw klacht naast zich neer te leggen en u een direct belang heeft bij handhaving van de gedragsregels, staat tegen dit besluit bezwaar en beroep bij de bestuursrechter open.