Sedert 1 januari 2017 voorziet de wet uitdrukkelijk in een algemene mogelijkheid voor de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (“RSZ”) om onbetwiste geldschulden in te vorderen door middel van een dwangbevel.

Dit houdt in dat de RSZ zichzelf een uitvoerbare titel (een dwangbevel) kan verschaffen, zonder een omweg te maken via de arbeidsrechtbank. 

De invordering via dwangbevel is mogelijk voor alle bijdragen, bijdrageopslagen, verwijlintresten en andere vergoedingen die aan de RSZ verschuldigd zouden zijn. Belangrijk is weliswaar dat het dient te gaan om schulden:

(i) die niet het voorwerp uitmaken van een principiële betwisting en;

(ii) waarvoor geen afbetalingsplan werd verkregen dat nauwgezet door de schuldenaar wordt nageleefd.

Met het oog op de invordering van onbetwiste schulden dient het dwangbevel aan de schuldenaar betekend te worden bij gerechtsdeurwaardersexploot. Het betekeningsexploot bevat onder meer:

(i) een bevel om te betalen binnen de 24 uren op straffe van tenuitvoerlegging door beslag en;

(ii) een boekhoudkundige verantwoording van de gevorderde bedragen.

De schuldenaar kan door middel van een dagvaarding verzet aantekenen tegen het dwangbevel voor de arbeidsrechtbank van zijn woonplaats of zijn maatschappelijke zetel. Hij dient hiertoe dan wel snel actie te ondernemen, aangezien het verzet dient te worden aangetekend binnen de 15 dagen volgend op de betekening van het dwangbevel.

In afwachting van de uitspraak met betrekking tot het verzet, zal het dwangbevel niet ten uitvoer gelegd kunnen worden en zal de verjaring van de schuldvorderingen opgenomen in het dwangbevel geschorst zijn. 

De betekeningskosten van het dwangbevel en de kosten van tenuitvoerlegging of van bewarende maatregelen zijn steeds ten laste van de schuldenaar. De invordering van onbetwiste schulden via dwangbevel belet de RSZ niet over te gaan tot dagvaarding voor de arbeidsrechtbank, maar dit zou door de wetswijziging de uitzondering moeten worden in plaats van de regel. 

Een en ander moet dan ook toelaten de instelling van gerechtelijke procedures te vermijden in dossiers waarin er eigenlijk geen betwisting bestaat omtrent de schuld.