Een procedure over een getuigschrift is binnen het arbeidsrecht zeer uitzonderlijk. Het Hof Den Haag had op 15 april 2014 echter te oordelen over de vraag of een werkgever gedwongen kan worden voor een bepaalde formulering te kiezen in zijn verklaring.

Bij wet is in artikel 7:656 BW het recht van een werknemer op een getuigschrift bij het einde van de arbeidsovereenkomst vrij uitgebreid geregeld. Enkele zaken, zoals de aard van de verrichte arbeid en de begin- en einddatum van het dienstverband, moeten in ieder geval worden vermeld. Daarnaast kan een werknemer verzoeken over drie onderwerpen aanvullende informatie in het getuigschrift op te nemen: i) het functioneren, ii) de wijze waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd en iii) de reden van opzegging door de werkgever.

De door het Hof beslechte zaak laat zien dat over de te vermelden aanvullende informatie flink geprocedeerd kan worden. Deze zaak betrof de onder i) genoemde aanvullende informatie over het functioneren. Tussen de werkgever en de werkneemster was een uitgebreide discussie ontstaan over de wijze waarop het getuigschrift was geformuleerd. De werkneemster was van mening dat het verstrekte (en reeds aangepaste) getuigschrift ten onrechte niet vermeldde dat zij haar werk “naar behoren” had verricht. Zij eiste dat de werkgever werd verplicht dit in het getuigschrift op te nemen.

In hoger beroep wordt de wettelijke regeling nog eens uiteengezet. Slechts indien een werknemer het verzoekt, zoals in dit geval, dient een omschrijving van het functioneren te worden opgenomen. De manier waarop de werkgever daarvan opgave doet, staat hem volgens het Hof echter tot op zekere hoogte vrij, aangezien dit een subjectieve aangelegenheid is en op vele manieren kan gebeuren. Vervolgens wijst het Hof het verzoek van de werkneemster af.

Deze uitspraak is in lijn met de tekst van artikel 7:656 BW en brengt in die zin dan ook geen verrassingen met zich mee. Een ander oordeel zou bovendien de deur open kunnen zetten voor (ex-) werknemers om slepende discussies aan te gaan over de precieze formulering van het getuigschrift. Dit zou onwenselijk zijn, nog daargelaten dat na lang procederen in de regel slechts een pyrrusoverwinning zou kunnen worden behaald.

Eén en ander neemt overigens niet weg dat werkgevers het verstrekken van een getuigschrift serieus ter hand moeten nemen. Naast het begrijpelijke belang van de werknemer om een getuigschrift te kunnen gebruiken bij het vinden van een nieuwe baan, kunnen ook rechten van derden in het geding zijn. In uitzonderlijke gevallen kan een werkgever op grond van artikel 7:656 lid 5 BW tot schadevergoeding worden verplicht als een getuigschrift niet is verstrekt of bewust onjuiste informatie bevat.