De gerenommeerde kansspelwebsite Gambling Compliance vroeg ons onlangs om ons licht als experts te laten schijnen op twee recente Belgische wetsvoorstellen inzake de belasting van buitenlandse gambling providers in België. Je leest hieronder alvast de Nederlandse vertaling van onze bijdrage. De oorspronkelijke Engelse tekst staat binnenkort op Gambling Compliance (en daarna ook op onze eigen blog):

Gambling Providers zijn in België kansspelbelasting verschuldigd op de zogenaamde gross gaming revenue die zij genereren uit hun activiteiten. Die kansspelbelasting is een regionale bevoegdheid van respectievelijk het Vlaams, Waals en Brussels gewest en ligt sinds een tijdje in de drie gewesten vast op 11%. Daar bovenop zijn gambling providers in se vennootschapsbelasting verschuldigd. Die vennootschapsbelasting is recent verlaagd van 33% naar 29% om in 2020 verder te zakken naar 25%.

De vaststelling is echter dat specifiek in de gambling sector heel wat aanbieders niet in België gevestigd zijn en om die reden ontsnappen aan zowel de kansspelbelasting als de Belgische vennootschapsbelasting. Daar wil de Belgische federale overheid iets aan doen door het invoeren van een nieuwe belasting die, indien de beide wetsvoorstellen die een en ander moeten regelen worden goedgekeurd de volgende maanden, geheven zal worden op de bruto omzet van gambling providers, verminderd met de gross gaming revenue.

Twee eerdere voorstellen uit 2018 zijn zonder gevolg gebleven omdat tussentijds in mei nieuwe verkiezingen zijn uitgeschreven. Inmiddels werden op 1 oktober laatstleden in het nieuw samengestelde parlement na de verkiezingen dezelfde twee voorstellen opnieuw ingediend.

De Belgische kansspelwetgeving

De Belgische kansspelwetgeving is gebaseerd op een systeem van gesloten licenties: er is een beperkt aantal licenties beschikbaar. Wie kansspelen wil aanbieden, zowel online als offline, moet over een licentie beschikken. Wie niet over een licentie beschikt en toch kansspelen aanbiedt, begeeft zich in de illegaliteit. De Kansspelcommissie beschikt over een zwarte lijst met verboden kansspelwebsites. Al wie op die websites speelt, kan een strafsanctie oplopen. Het is verboden een kansspel uit te baten zonder te beschikken over een vooraf door de Kansspelcommissie afgegeven vergunning, deel te nemen aan een onwettig kansspel, de uitbating ervan te vergemakkelijken of er reclame voor te maken. Aldus kunnen de spelers een boete oplopen van 200 euro tot 200.000 euro, voor de organisatoren kunnen die boetes 800 euro tot 800 000 euro.

Op fiscaal vlak is de situatie zo dat de kansspelbelasting, die normaal geheven wordt door de gewesten, ook verschuldigd is door de uitbaters van niet-vergunde en dus verboden kansspelen. Een provider hoeft dus geen licentie te hebben opdat de kansspelbelasting verschuldigd zou zijn.

De vaststelling vanuit de overheid is nu dat heel wat aanbieders van online kansspelen die zich tot het Belgische publiek wenden in het buitenland zijn gevestigd en dat vaak in fiscaal erg gunstige jurisdicties. Sommige van die operatoren oefenen hun activiteiten in België bovendien uit zonder over de vereiste toestemmingen en vergunningen te beschikken. Dat alles leidt tot concurrentievervalsing ten koste van de operatoren die wél over een vergunning beschikken om op de Belgische markt actief te zijn en/of die wel in België gevestigd en die normalerwijze zijn onderworpen aan de vennootschapsbelasting.

Wat staat er in beide voorstellen?

De bedoeling van beide wetsvoorstellen is om buitenlandse providers, al dan niet illegaal opererend in België, te verplichten om toch een gepaste belasting te betalen.

Het ene wetsvoorstel wil vat krijgen op vergunde gambling providers die hun zetel niet in België hebben door het instellen van een bijkomende belasting. Het tweede voorstel wil hetzelfde doen met niet-vergunde (en dus in principe illegale) providers.

Vergunde providers mee onderworpen aan de Belgische vennootschapsbelasting

In het eerste wetsvoorstel wordt het Wetboek Inkomstenbelasting aangepast om vergunde gambling providers, die verplicht een serverlocatie in België hebben, te kunnen belasten onder de vennootschapsbelasting op dezelfde wijze als Belgische providers door hun serverlocatie als vaste inrichting te beschouwen voor wat betreft de in België gegenereerde omzetten. Dit geldt ook voor buitenlandse providers die op basis van een revenue share model werken met en Belgische licentiehouder.

Niet vergunde aanbieders afgestraft

Niet-vergunde aanbieders hebben per definitie geen serverlocatie in België. Om een gelijk speelveld te herstellen, moeten de bedragen die afkomstig zijn uit de illegale exploitatie van kansspelen van die operatoren worden onderworpen aan een hogere en dus meer ontradende taks dan die welke de betrokken operatoren verschuldigd zouden zijn, mochten zij zich naar de regel schikken. De bedoeling is dus om een ontradende belasting in te stellen aan providers die niet over een server in een permanente inrichting in België beschikken.

De nieuwe taks wordt forfaitair vastgesteld als 5,35% op de bruto-inzet, na aftrek van het gross gaming revenue, die forfaitair vastligt op 6 % van die bruto-inzet. De desbetreffende 6% stemt overeen met de in de sector waargenomen brutomarge. Indien de operator aantoont een grotere brutomarge te verwezenlijken, kan hij voor de berekening van de taks de belastbare grondslag dienovereenkomstig verminderen. Voor een brutomarge van 6% ligt het verschuldigde bedrag dus aanmerkelijk hoger dan de te betalen vennootschapsbelasting (voor niet-ingezeten vennootschappen), gesteld dat de naar behoren vergunde operator een permanente inrichting heeft in België. In dat geval zal de belastbare grondslag bestaan uit die brutomarge, die voorts zou kunnen worden verminderd met de in België fiscaal aftrekbare uitgaven.

De niet-vergunde operator blijft uiteraard verplicht tot het betalen van de andere fiscale of parafiscale lasten vanwege zijn activiteiten in België (taks op spelen en weddenschappen).

Wat is de impact van dit alles?

Als deze beide wetsvoorstellen effectief goedgekeurd zouden worden, zal dit een aanzienlijke impact hebben op zowel vergunde als illegale aanbieders van -vooral online- kansspelen in België. Zij die reeds over een vergunning beschikken zullen 25% vennootschapsbelasting moeten betalen op de in België gegenereerde omzetten. Zij die (nog) geen vergunning hebben en ook geen serverinrichting in België zullen zwaar afgestraft worden. Zij zullen een bijkomende belasting verschuldigd zijn die aanzienlijk hoger ligt dan de op heden geldende vennootschapsbelasting in België.

Er zal op het eerste zicht ook geen ontsnappen aan zijn voor die buitenlandse aanbieders, aangezien de tussenkomende payment provider zal moeten instaan voor de automatische afhouding van de verschuldigde belasting. Ook in het geval van een niet-vergunde operator doen de spelers immers meestal een beroep op een in België gevestigde financiële tussenpersoon die de inzetten ontvangt of de winsten uitbetaalt. Die laatste is ertoe verplicht de taks op de inzet en de winst, waarvan hij de transfer uitvoert, in te houden en die door te storten aan de Schatkist. Die taks is forfaitair vastgelegd op 5 % van de bruto inzet. Dit stemt overeen met 5,35 % van de inzet, na aftrek van een gross gaming revenue van 6 %. De operator kan de terugbetaling vragen van het eventuele overschrijdende gedeelte (grotere gross gaming revenue) of dit verrekenen in het bedrag dat hij uiteindelijk verschuldigd is. De bepalingen van deze nieuwe taks worden opgenomen onder Titel VII van het Wetboek diverse rechten en taksen.

Timing?

Sinds de verkiezingen van afgelopen mei is er in België nog steeds geen nieuwe meerderheid gevormd dat betekent dat de huidige regering enkel lopende zaken behandeld en dat al het andere wetgevende werk eigenlijk geblokkeerd zit. De politieke situatie is van die aard dat een nieuwe meerderheid regering nog een hele tijd op zich kan laten wachten. Bovendien is onduidelijk welke die meerderheid zal zijn en of de indieners van beide voorstellen, die allen tot de Franstalige liberalen behoren, nog tot de nieuwe meerderheid zullen behoren.

Of bovenstaande voorstellen uiteindelijk wet worden en wanneer dat zal zijn, is dan ook op dit ogenblik hoogst onduidelijk.