Let op, geld lenen kost (veel meer) geld. JKP 6,75% vanaf aanslagjaar 2019.

Een vennootschap is in principe slechts belasting verschuldigd op het moment dat de aanslag wordt gevestigd. Aangezien dit enige tijd in beslag neemt en de Belgische schatkist graag zo snel mogelijk haar inkomsten ontvangt, voorziet de wetgeving in een belastingvermeerdering indien er onvoldoende voorafbetalingen zijn gebeurd tijdens het boekjaar.

De belastingvermeerdering wordt berekend op basis van 2,25 maal de basisrentevoet die gelijk is aan de interestvoet van de Europese Centrale Bank op 1 januari van het belastbare tijdperk. De incentive om voorafbetaling te doen was de laatste jaren zo goed als onbestaande, gezien het lage vermeerderingspercentage. Voor aanslagjaar 2017 werden de belastingen immers slechts verhoogd met een vermeerderingspercentage van 1,125% in geval van onvoldoende voorafbetalingen. Voor aanslagjaar 2018 bedraagt dit percentage 2,25%.

Om vennootschappen aan te moedigen voorafbetalingen te doen, voorziet het voorontwerp van het Zomerakkoord in een verdrievoudiging van de basisrentevoet. Vanaf aanslagjaar 2019 bedraagt de basisrentevoet minimaal 3%. Dit betekent dat vennootschappen die geen of onvoldoende voorafbetalingen gedaan hebben, onderworpen zijn aan een vermeerdering van minstens 6,75%.

Bovendien zullen vennootschappen vanaf aanslagjaar 2019 steeds onderworpen worden aan de belastingvermeerdering ingevolge onvoldoende voorafbetalingen, zelfs wanneer de verhoging minder dan 0,5% bedraagt van de berekende belasting of een bedrag van EUR 50 niet overschrijft.

Gelet op deze aanzienlijke verhoging, is het ten sterkste aangewezen om via een optimaal spreidingsplan voldoende voorafbetalingen te doen.